|
Alleen het gedeelte over Teunis Ariesen en zijn voorgeslacht is overgenomen uit het boek. De genealogische gegevens zijn maart 2009 bijgewerkt!
Verantwoording Ter gelegenheid van het feit dat Teunis Ariesen gebruikmaakt van de vut-regeling, is het idee ontstaan om nu eens geen album amicorum te maken, maar een boek over het werkzame leven van Teus bij Uitgeverij en Boekhandel Den Hertog in Houten. Daar kwam bij dat het toch wel een leuk idee is om ook de familiegeschiedenis te beschrijven. Er zijn in de loop der jaren al veel gegevens verzameld uit diverse overheidsarchieven. De gedachte was goed, maar het heeft meer werk gegeven dan gedacht werd. Je begint ergens aan maar je weet niet waar het eindigt. Het is niet de bedoeling om de gehele familie Ariesen op papier te zetten, maar alleen de rechtstreekse lijn vanaf ± 1650 tot en met de huidige generatie. Iedere keer is de stamvader en zijn gezin eruit gelicht en beschreven. Als jongste zoon van Geurt Ariesen, is het voor mij wel moeilijk om het jeugdleven van Teunis Ariesen en zijn vrouw Jennie Tekkelenburg te beschrijven.
Uit dit boek blijkt dat de familie Ariesen een echte arbeidersfamilie is. Alle stamvaders hebben hard moeten werken voor hun brood. Ook Teus was als oudste zoon uit het gezin, al op jonge leeftijd genoodzaakt om deelnemer te zijn in het arbeidsproces. Het was de bedoeling om voor Teus en Jennie veel onbekende familiefoto’s te plaatsen. Dit is gedeeltelijk gelukt, maar je komt er niet onderuit om sommige bekende foto’s van belangrijke personen in de rechtstreekse lijn van de familie, op te nemen in het boek. Er zullen ook verhalen gemist worden, omdat deze bij mij niet bekend zijn en ook is alles niet geschikt om op papier te zetten. Sommige gebeurtenissen kan men maar beter laten rusten. Er zijn bewust foto’s geplaatst van alle broers en zusters op jonge leeftijd, zodat iedereen kan zien dat men wel ouder is geworden. Ook is het leuk om deze, dikwijls onbekende, foto’s te publiceren. Mijn wens is, dat de familie Ariesen veel plezier beleeft aan het lezen van de verhalen en het bekijken van de foto’s, zodat men nooit vergeet waar men vandaan komt. Zoals het spreekwoord luidt: De erfenis van het verleden, is de toekomst van het heden. Dat dit boek moge bijdragen aan de verbondenheid en verdraagzaamheid bij de familie Ariesen en dat Teus en Jennie nog veel gezonde jaren samen mogen beleven en kunnen genieten van hun vrije tijd.
Veenendaal, mei 2005
Wouter Ariesen
Waar komen ze vandaan
Achterberg
Uit de buurtschap Achterberg (gemeente Rhenen), gelegen tussen de Koningstafel (Grebbeberg) en de Rhenense-Veenen (Veenendaal) is het geslacht Ariesen afkomstig.
De bewoners van dit uitgestrekte en dunbevolkte gebied waren kerkelijk aangewezen op Rhenen. Zij hoorden bij de Nederduitsch Hervormde Gemeente van de stad Rhenen. Er was in de buurtschap geen kerkgebouw, maar de kerkgangers hadden in de Cunerakerk in Rhenen een afzonderlijke zitplaats in de rechtervleugel, die de boerhoek werd genoemd. Uit oude verhalen is bekend dat men niet bepaald in grote drommen optrok naar het bedehuis in de stad. De grote afstand en de toestand van de wegen zal hierbij een rol hebben gespeeld, maar ook de heersende armoede en het gebrek aan passende kleding voor de kerkgang. Het is bekend dat in die tijd een aantal mensen hun geestelijk voedsel ook zochten bij de zogenaamde gezelschappen. Hoewel daar nogal eens de bekeerde mens en zijn of haar weg meer in het middelpunt stond dan de Heilige Schrift. Het trouwboek van de Hervormde Gemeente Rhenen vermeldde uit deze periode een betrekkelijk klein aantal bruidsparen met een Achterbergse naam of achtergrond. Soms werd er in jaren geen huwelijk uit de buurtschap kerkelijk bevestigd. De inzegeningen vonden meestal plaats op zondag in de gewone kerkdienst, nadat in de voorafgaande week het huwelijk op het stadhuis was voltrokken. In de kerkelijke registers is tot ongeveer 1850 weinig over Achterberg te vinden. Het gemeenteleven speelde zich af in de stad en de Achterbergers werden geacht naar Rhenen te komen. Rond 1810 werden de mensen uit Achterberg vanaf de kansel opgeroepen om ook het huwelijk op de dag zelf kerkelijk in te laten zegenen. De Cunerakerk in Rhenen is gewijd aan de heilige Cunera. Cunera is één van de vriendinnen van Ursula, de Britse prinses die op de terugreis van haar bedevaart naar Rome bij Keulen door de Hunnen is vermoord. De zwaargewonde Cunera werd gevonden door de graaf van Rhenen, die terugkeerde van de jacht. De graaf nam Cunera in huis en besteedde veel aandacht aan Cunera, zó veel, dat de jaloerse echtgenote van de graaf van Rhenen Cunera wurgde met een sjaal. Bij haar graf gebeurden wonderen. Van heinde en verre kwamen mensen naar de bedevaartplaats Rhenen om genezing te zoeken voor keelziekten. Als herinnering aan hun bezoek kochten zij een pelgrimsinsigne.
Door al deze pelgrims kreeg de kerk van Rhenen genoeg geld om een mooie toren te bouwen. Op 11 mei 1492 begon de bouw en op 28 mei 1531 werd de bouw voltooid. De bouwmeester van de toren is onbekend. De Cuneratoren is ongeveer 80 meter hoog en bestaat uit drie delen of ‘geledingen’. Het onderste deel is vierkant en heeft diepe raamnissen. Het middelste deel is wat smaller en minder massief, nog steeds vierkant, maar het maakt door de pilasters een achthoekige indruk. Oorspronkelijk zijn aan dit deel van de toren drie wijzerplaten aan het torenuurwerk vastgemaakt. Aan de kant van de Rijn was geen wijzerplaat aangebracht omdat de Geldersen niet mee wilden betalen aan de bouw van de Cunerakerk. Het bovenste deel is achthoekig en voorzien van open raamnissen. In de twintigste eeuw zijn er vier wijzerplaten van het uurwerk op dit deel aangebracht. De oudste stamvader die we beschrijven is Arien Dirksze. Hij werd omstreeks 1720 in Achterberg geboren. Dit was een tijd van oorlogen tussen de Geldersen en de Stichtsen. Deze streken waren nauwelijks te verdedigen. Rondom de stad Rhenen waren verschillende kastelen gebouwd. Dit waren de voorposten van de stad. In de buurtschap Achterberg stond het kasteel Ter Horst. Vanuit dit kasteel hield men de omgeving in de gaten, of er geen vijanden aankwamen om de stad Rhenen in te nemen. Als er vijandige legers in het zicht kwamen, dan stuurde men vanuit het kasteel een bode om een bericht naar de stad te brengen. Alleen binnen de stadsmuren van Rhenen was men veilig.
In die tijd werd Achterberg ook regelmatig getroffen door een reeks van rampen, zoals de vele overstromingen. Het meest bekend zijn de overstromingen van 1711, 1799 en 1855. Bij de overstroming van 1855 werden veel inwoners van Veenendaal ondergebracht in de Geertekerk te Utrecht. Ook werden de bewoners van deze streek getroffen door de zwarte dood (de pest). Achterberg was niet meer dan moerasgebied met een aantal droge stukken grond die iets hoger gelegen waren. Hier woonden de arme landbouwers en de turfstekers. Doordat deze mensen in het moeras woonden, waren ze op zichzelf aangewezen. Hulp vanuit de stad hoefden zij niet te verwachten.
Ook het huis Leefdael stond binnen de grenzen van de buurtschap Achterberg. Dit huis werd bewoond door de van oorsprong Belgische familie Van Leefdael. De laatste van dit geslacht is in 1777 overleden. Het landgoed Leefdael is later in andere handen overgegaan. Door leegstand verpauperde het huis Leefdael en is toen gesloopt, alleen de achtergevel is blijven staan. Later werd een boerenhofstede op deze plaats gebouwd, die dezelfde naam droeg. De hofstede Levendaal werd bewoond en gepacht door ene Wouter Arissen en zijn zuster Aaltje Arissen. De hofstede was toen nog eigendom van de heer Leccius de Ridder. Enkele jaren later werd de hofstede Levendaal volledig eigendom van Wouter Arissen. Of dit (grote) geslacht ook familie is, is niet waarschijnlijk, maar nader onderzoek zal dit aan het licht moeten brengen.
Nog steeds wordt de hofstede Levendaal bewoond door nazaten van Wouter Arissen, die gehuwd was met Hilletje van Kooten. Deze familie bezat veel geld en goederen. Het geslacht Ariesen daarentegen bestond uit zeer arme arbeiders en had totaal geen bezittingen en meestal ook geen werk. Vaak hield men zelf een paar stuks vee en had men een klein stukje grond om groente te verbouwen en leefde men van de jacht. Deze mensen waren blij als ze iedere dag te eten hadden en hun kinderen konden voeden en kleden.
Het geslacht
A r i e s e n
1. Arien Reijers
Arien Reijers, jongeman van Achterberg. Ondertrouwd op 25 oktober 1666 te Rhenen met Barbara Dircks, jongedochter van Achterberg. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren:
2. Dirk Arissen
Dirk Arissen, jongeman van Achterberg. Op 8 maart 1708 belijdenis gedaan te Rhenen. Ondertrouwd op 4 juli 1711 te Rhenen en huwde op 19 juli 1711 te Rhenen, met Teuntje Cornelissen Beijer, geboren 1688 te Achterberg. Gedoopt 26 augustus 1688 te Rhenen. Dochter van Cornelis Teunissen, jongeman van Achterberg en Janneken Jaspers Beijer. Dirk Arissen en Teuntje Cornelissen Beijer, hebben onderstaande kinderen in Rhenen laten dopen.
3. Arien Dirksze
De geslachtsnaam Ariesen is ontstaan uit het patroniem Arissen (Arie’s zoon), al ver voor de invoering van de burgerlijke stand (1811-1833). Of de grootouders van Arien Dirksze en zijn vrouw Cunera Geurtse Moll, als eerste van het geslacht, zich in de buurtschap (Achterberg) van Rhenen vestigde, is niet bekend. Nader onderzoek zal hun herkomst aan het licht moeten brengen. Uit het huwelijk van Arien Dirksze en Cunera Geurtse Moll werden zeven kinderen geboren. In het doopregister is terug te vinden dat Arien Dirksze gedoopt is op 26 maart 1724 te Rhenen. In het lidmatenregister is terug te vinden dat Arien Dirksze op 20 maart 1747 en Cunera Geurtse Moll op 27 april 1753 belijdenis van het geloof afgelegd hebben, beiden in de Cunerakerk te Rhenen en in het huwelijksregister van de gemeente Rhenen is terug te vinden dat zij op 13 oktober 1754 in ondertrouw zijn gegaan en op 5 november 1754 gehuwd zijn.
Dat ze het vroeger niet zo nauw namen met de naamsvermelding op officiële aktes en in kerkelijke registers, blijkt wel uit de gegevens van dit gezin. Alle vier de kinderen zijn wel terug te vinden, maar met verschillende achternamen. Eeuwenlang hield de kerk de burgerlijke stand bij. De doop werd ingeschreven, maar de geboortedag werd niet vermeld.
In deze advertentie staat wel Ariesen als achternaam vermeld. Ook staat er in de advertentie dat Geurtje eerst als meid gediend heeft bij de ouders en grootouders van deze familie. Geurtje was ongehuwd. Deze burgemeester Van Deventer komen we later in de geschiedenis van de familie Ariesen nog een keer tegen.
In het register van overlijden staat vermeld dat op den 10den januari 1799 te Agterberg onder Jurisdictie van Rhenen is overleden Arien Dirkszen oud ruim 78 jaaren’. Opvallend is dat in het register van begraven staat vermeld dat op 14 januari 1799 is begraven op het kerkhof, Arien Dirkszen met het luiden van de GmK (gemeenteklokken). ‘Volgens aangifte van Jan Janse van Rotterdam, als toesigt hebbende over de begrafenis, is op de 19e van Bloeimaand 1809 te Agterberg onder de Jurisdictie van Rhenen overleden Cornelia Geurtse, oud ruim 81 jaaren, weduwe van Arien Dirkszen, vier kinderen nalatende en op de 22e dito in de Cunerakerk binnen Rhenen begraven.’
Enige jaren geleden is de Cunerakerk in Rhenen gerenoveerd en zijn er verschillende grafstenen verwijderd, waaronder die van Cunera Geurtse Moll. Waarom zij binnen de Cunerakerk te Rhenen is begraven en haar man gewoon op het kerkhof, is niet bekend.
Over het leven van Arien Dirkszen en zijn vrouw Cunera Geurtse Moll, is verder niets bekend.
4. Dirk Arissen
Als oudste zoon van Arien Dirksze en Cunera Geurtse Moll zal Dirk het niet zo makkelijk gehad hebben. Dit arbeidersgezin was erg arm. Het leefde waarschijnlijk van de landbouw. De geboortedatum van Dirk is niet bekend, maar in het doopregister is terug te vinden dat op 23 augustus 1753 is gedoopt ‘het kindt van Aarien Dirkszen en Cunera Geurtse Moll en is genaamt Dirk’.
In de kerkelijke registers werden ook de kanselafkondigingen vermeld. Regelmatig werd er op woensdagavond een bidstond gehouden vanwege de nood der tijden. Hieruit kan men opmaken dat het een moeilijke tijd was waarin Dirk opgroeide. Het was een tijd waarin besmettelijke ziekten en oorlogen veelvuldig voorkwamen. De stad Rhenen was nog omgeven door stadsmuren en men kon alleen in de stad komen door een van de drie stadspoorten. Pas in 1840 nam het stadsbestuur het besluit om de stadspoorten te slopen. Een gedeelte van de stadsmuur is nu nog terug te vinden aan de zuidoostkant van de stad. Wanneer Dirk belijdenis gedaan heeft is niet bekend. Dirk Arissen (van Dijk) huwde op 3 oktober 1790 te Rhenen met Geurtje Peterse Moll, geboren te Achterberg, gedoopt op 26 augustus 1764 te Rhenen, dochter van Peter Geurtse Moll en Jannigje Toone. Uit het huwelijk van Dirk Arissen en Geurtje Peterse Moll zijn zeven kinderen geboren. Ook in dit gezin zie je nog steeds dat er verschillende achternamen werden gebruikt. Dit kwam ook omdat de meeste mensen niet konden lezen en schrijven. Men schreef het vaak op zoals het uitgesproken werd. In de huwelijksakte van zijn zoon Geurt staat het beroep van Dirk vermeld: hij was landbouwer. Dirk Arissen is overleden op 11 mei 1821 om 03.30 uur te Achterberg. Geurtje Peterse Moll is op 22 augustus 1821 om 13.30 uur overleden te Achterberg.
De kinderen van Dirk Arissen en Geurtje Peterse Moll:
Uit dit huwelijk werd op 8 september 1813 te Achterberg, een meisje genaamd Gijsbertje geboren. Na het overlijden van Gijsbert van Oort, huwde op 8 juli 1814 te Rhenen Cornelia met Jan Jansen. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Na het overlijden van Jan Jansen huwde Cornelia met Jan Hootsen. Uit dit huwelijk werd op 22 januari 1817 te Achterberg een dochter, genaamd Gerritje, geboren. Op 20 April 1825 is Cornelia te Rhenen overleden. Op 2 december 1826 te Rhenen huwde Jan Hootsen met Cornelia Mandersloot. Of er kinderen uit dit huwelijk zijn geboren is niet bekend. Jan Hootsen is op 17 mei 1869 te Achterberg overleden.
Het vijfde kind van Dirk Arissen en Geurtje Peterse Moll is de rechtstreekse lijn naar Teunis Ariesen.
Of er nog meer kinderen uit het huwelijk van Dirk Arissen en Geurtje Peterse Moll geboren zijn, is (nog) niet bekend.
5. Geurt Ariesen
Door de Franse overheersing (1795-1813) kwam er meer structuur in de besturing van het land. Een groot aantal wetten op velerlei terreinen brachten meer orde in het openbare leven. Ook de burgerlijke stand en een vaste familienaam droegen daartoe bij. De familienaam Ariesen wordt vanaf deze tijd zo geschreven. In de Franse tijd is Geurt Ariesen dus geboren, nog voor de officiële invoering van de burgerlijke stand. Nadat in de loop van 1810 ons land onderdeel ging uitmaken van het Franse keizerrijk, werd ook de Franse wetgeving van toepassing verklaard. De burgerlijke stand werd officieel ingevoerd op 1 maart 1811. Geurt Ariesen is geboren op 14 mei 1801 te Achterberg en op dezelfde dag gedoopt te Rhenen. Hij huwde op 10 maart 1827 te Ede met Fijtje van Scharrenburg, dochter van Evert van Scharrenburg en Geertje Gerritsen van Langelaar. Fijtje van Scharrenburg is gedoopt op 31 augustus 1806 in de Hervormde Gemeente van Renswoude. Na het overlijden van Fijtje van Scharrenburg huwde Geurt Ariesen met Fijtje van de Hoef, dochter van Evert van de Hoef en Geertje Gerritsen van Langelaar. Het was een roerige tijd waarin Geurt en Fijtje opgroeiden, niet alleen in maatschappelijk, maar ook in kerkelijk opzicht. Een aantal mensen waren niet gelukkig met de ontwikkelingen in de Nederlands Hervormde Kerk. In 1834 kwam het tot uittreding van ds. Hendrik de Cock te Ulrum, en tot een scheuring binnen de Hervormde Kerk: de Afscheiding. De regering greep in en zette de Cocksianen gevangen. In het boek van dr. C. Smits, De afscheiding van 1834, vierde deel: provincie Utrecht, staat geschreven dat zondag 5 juni 1836 een van de grote dagen geweest is voor de afscheiding in Rhenen en omgeving. Op deze dag zijn er drie samenkomsten gehouden in Elst, in een tabaksschuur, waarin voorging ds. Huibert Jacobus Budding (1810-1870), zoon van een wethouder te Rhenen. Burgemeester (en dijkgraaf) Hendrik Huibert van Deventer, in tegenwoordigheid van zijn secretaris, een veldwachter en een gerechtsdienaar, gelastte de kerkdienst te staken en gelastte de menigte, in naam van de Koning (Willem I), de tabakschuur te verlaten. Een aantal mensen verlieten de tabaksschuur. Ds. Budding vond dat de burgemeester lang genoeg aan het woord was geweest en nam weer het woord en gaf op te zingen Psalm 2, het eerste, tweede, derde, vijfde en zesde vers. Nadat al deze verzen waren voorgelezen, begonnen de aanwezigen te zingen. De burgemeester en zijn secretaris vertrokken, de veldwachter en de gerechtsdienaar bleven achter. Na het voorlezen en het zingen van de opgegeven verzen van Psalm 2 werden er procesverbalen opgemaakt tegen alle aanwezigen.
Ook Geurt Ariesen uit Veenendaal was aanwezig bij deze dienst, en ook tegen hem is een procesverbaal opgemaakt.
Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Fijtje van Scharrenburg is één kind geboren.
Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Fijtje van de Hoef zijn tien kinderen geboren:
Door het overlijden van zijn vader Gerrit Ariesen, moest Evert Jan Ariesen al op jonge leeftijd meewerken op de boerderij. Zijn moeder Evertje Sukkel, hertrouwde op 2 februari 1867 te Veenendaal met Jan Veenendaal. Deze man was van beroep landbouwer, maar hij had ook een herberg aan de Hoofdstraat in Veenendaal. Evert Jan Ariesen moest ook op zondag regelmatig in de herberg de klanten bedienen. Op een bepaald moment veranderde er veel in het leven van Evert Jan Ariesen. Hij vond dat er op zondag niet meer in de herberg gewerkt kon worden. Evert Jan Ariesen ging weer naar de kerk en hij bezocht trouw de catechisatie. In april 1887 heeft Evert Jan Ariesen belijdenis van het geloof afgelegd in de Nederlandse Hervormde Kerk te Veenendaal. Op 29 april 1897 huwde Evert Jan Ariesen met de weduwe Geertrui Gaasbeek. Geertrui Gaasbeek was eerder gehuwd op 25 november 1880 te Ede met Willem Smit. Willem Smit is op 30 maart 1896 te Veenendaal overleden. Uit het huwelijk van Geertrui Gaasbeek en Willem Smit werd op 6 maart 1884 te Veenendaal dochter Jacobje geboren. Geertrui Gaasbeek werd ernstig ziek en op 15 januari 1898 te Veenendaal is zij overleden.
Op 39-jarige leeftijd hertrouwde Evert Jan Ariesen met de weduwe Dirkje Bos, op 18 september 1902 te Ede. Uit dit huwelijk is op 8 juni 1903 te Ede, een tweeling (Gerrit en Aalbert) geboren. Aalbert is op 21 juni 1906 te Ede overleden. Gerrit is op 11 mei 1995 in het ziekenhuis te Ede overleden.
Omdat de Nederlands Hervormde predikant M. Jongebreur van de Oude Kerk op de Markt ziek werd, kreeg Evert Jan Ariesen het verzoek of hij in een avonddienst wilde voorgaan in de Oude Kerk op de Markt te Veenendaal. Na veel bezwaren van Evert Jan Ariesen is hij toch voorgegaan in de avonddienst, die druk bezocht werd door veel nieuwsgierige Veenendalers.
In de Hervormde gemeente Overberg waren veel problemen en ds. M Jongebreur uit Veenendaal vroeg aan Evert Jan Ariesen of hij daar een aantal diensten wilde vervullen en dat heeft hij aanvaard. Een groep verontrusten scheidde zich af van de Nederlandse Hervormde kerk en sloot zich aan bij de Oud Gereformeerde Gemeenten. Tot op hoge leeftijd is Evert Jan Ariesen vele malen voorgegaan in Overberg maar ook in veel andere gemeentes.
Op 7 oktober 1920 overleed zijn tweede vrouw, Dirkje Bos. Evert Jan Ariesen bereikte de hoge leeftijd van ruim 101 jaar. Hij is op 2 april 1965 te Houten overleden en onder grote belangstelling te Veenendaal begraven door ds. S. de Jong, Hervormd predikant te Houten. Wel is Evert Jan Ariesen altijd lid gebleven van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Het zesde kind van Geurt Ariesen en Fijtje van de Hoef is de rechtstreekse lijn naar Teunis Ariesen.
Op verschillende geboorteaktes staat het beroep vermeld van vader Geurt Ariesen als arbeider of landbouwer en moeder Fijtje van de Hoef als landbouwster of spinster. Zij waren dus als tweeverdieners hun tijd ver vooruit. Ook in die tijd werkten man en vrouw, maar dit zal puur noodzaak geweest zijn om alle monden te voeden. De vrouwen hadden thuis een spinnenwiel en verwerkten de wol voor de grote wolkammerijen of de sajetfabrikanten die in Veenendaal stonden.
6. Dirk Ariesen
Op 24 november 1843 is Dirk Ariesen geboren in het huis Honzen Elleboog 138 te Stichts Veenendaal. Dit huis heeft verschillende nummers gehad, waarschijnlijk door vernummering. De Honzen Elleboog was een gebied dat tegen het landgoed Prattenburg aangrensde. De Dijkstraat liep door het midden van het gebied de Honzen Elleboog. Aan de naam van dit gebied is een heel verhaal verbonden. Een marskramer, die van een boer in deze streek in het hooi mocht slapen, zag ’s morgens tussen de balen maar een klein stukje van de omgeving. Op zijn vraag: ‘Waar ben ik?’ antwoordde de boer: ‘In de Hondskont.’ In de hele omgeving wordt dit gebied nog zo genoemd. Over de jeugdjaren van Dirk Ariesen is weinig bekend.
Enkele gebeurtenissen uit de periode 1843-1884 In het jaar 1845 werd de Rhijnspoorweg aangelegd, maar deze ging op grote afstand Veenendaal voorbij. Om het station de Klomp te bereiken, moest men een lange zandweg aflopen. Zelfs de voorloper van de spoorweg, de postkoets van Van Gend & Loos, reed Veenendaal voorbij. De postkoets stopte ook bij de Klomp en tegen betaling van dertig cent per uur kon men meerijden. Dit was in die tijd veel geld. Het dorp Veenendaal was arm en slecht onderhouden. De huisjes waren zeer klein, de straten ongeplaveid en aan stadsreiniging deed men nog niets. De bewoners waren echter noeste arbeiders en het zaken doen ging een aantal van hen goed af. Ook door hun spaarzaamheid en het sobere en godsdienstig leven dat men eropna hield, is Veenendaal een welvarende gemeente geworden.
De winter van 1854-1855 is de geschiedenisboeken ingegaan als een rampjaar. Niet alleen voor Veenendaal maar voor geheel Nederland. Praktisch de gehele Betuwe stond blank, en ook een groot stuk van de Achterhoek en de hele Gelderse Vallei. De maand januari begon heel koud en er viel veel sneeuw en er waren extreme lage temperaturen. De Zuiderzee was dichtgevroren; de vissers konden te voet van Urk naar Friesland lopen. Zelfs de Noordzee was zover het oog reikte met ijs bedekt. Begin februari begon het te dooien, de sneeuw begon te smelten en het water steeg tot aan de zomerdijken. Op 3 maart verergerde de situatie door de ijsgang. Op 5 maart 1855 brak de Grebbedijk tussen Wageningen en Rhenen. Via Achterberg kwam het water in Veenendaal en alles kwam onder water te staan. De klokken van de Oude Kerk op de markt werden geluid en de inwoners van Veenendaal repten zich naar de hooggelegen Markt.
Honderden mensen vonden in de kerk een veilig onderkomen. Na een bezoek van Koning Willem III aan het rampgebied werden er tussen de 400 en 500 inwoners ondergebracht in de Geertekerk te Utrecht. Het verhaal van de groep noodlijdenden uit Veenendaal verspreidde zich als een lopend vuurtje door de stad Utrecht.
De inwoners van de stad kwamen in groten getale kijken. Ook toen had men al last van ramptoeristen! Daardoor kwam men alleen met een bewijs van toegang in de Geertekerk. Op de eerste zondag van hun verblijf in de Geertekerk sprak tot hen ds. J.H. Bösken, predikant te Utrecht, over de tekst: ‘Dit zal ik mij ter harte nemen en daarom zal ik hopen. Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben, zij zijn alle morgen nieuw, Uw trouw is groot’, Klaagl. 3:21-23. Wat er in de winter van 1854-1855 met de familie Ariesen gebeurde is niet bekend.
In 1865 brak de veepest uit in Engeland. In de zomer van dat jaar kwam er een koppel Engelse ossen aan in Rotterdam en zij bleken besmet te zijn. In augustus 1865 deden zich de eerste gevallen van veepest voor in Nederland. In november bereikte de ziekte de provincie Utrecht. Bij de epidemie die in 1865 begon, stierf meer dan de helft van de runderen in Nederland. In Utrecht stierven ruim 30.000 runderen en er werden er nog eens ruim 4.000 afgemaakt. Ook in de Gelderse Vallei was het flink raak. De overheid verbood het vervoer van koeien, schapen, varkens, vlees en hooi. Maar de boeren ontdoken de regels. In mei 1867 kwam er een nieuwe regering en prompt kwamen er strengere wetten. Er werden inspecteurs aangesteld, boeren kregen boetes voor overtredingen en zelfs gevangenisstraffen. De stallen moesten ontsmet worden met rookdamp en ingesmeerd met chloorkalk. In Benschop werd een boer die zich verzette, doodgeschoten. De harde aanpak had wel resultaat. Eind 1867 was de veepest vrijwel over.
In het jaar 1862 moest Dirk Ariesen zich melden voor de keuring voor de Nationale Militie en bij loting is nummer 13 op hem gevallen. Hij werd vrijgesteld van dienst. Zijn beroep was arbeider, volgens het extract van de Nationale Militie. Bij een huwelijk moest je een bewijs van keuring voor de Nationale Militie kunnen overleggen, anders kon men niet trouwen.
Dirk Ariesen huwde op 21 juli 1866 te Veenendaal met Jannetje Cornelia Hootsen. Jannetje Cornelia Hootsen werd geboren op 22 december 1841 te Rhenen. Haar ouders waren Teunis Hootsen en Weijntje van Veldhuizen. Jannetje Cornelia was het vierde kind uit het gezin Hootsen, dat bestond uit tien kinderen. Het beroep van Dirk Ariesen, was volgens de huwelijksakte landbouwer. Ook staat vermeld op de huwelijksakte dat de comparant verklaart dat zijn moeder en de vader van de bruid niet konden schrijven, maar de ondertekening van de akte hebben zij niet nagelaten.
Op 29 oktober 1884 te Utrecht heeft Dirk Ariesen de eed afgelegd en werd hij benoemd als onbezoldigd buitengewoon veldwachter van de gemeenten Veenendaal, Rhenen, Renswoude en Amerongen.
In die tijd woonde het gezin Ariesen op Prattenburg Wijk D nr. 192, een huis dat staat op het landgoed Prattenburg. Door de armoede van de bevolking werd er steeds meer gestroopt in de bossen en landerijen.
Het wild dat men schoot was eigendom van de grondeigenaren en men wilde een halt toeroepen aan het stropen. Waarschijnlijk is Dirk Ariesen daarom aangesteld als buitengewoon veldwachter. Uit de verhalen blijkt dat ook Dirk Ariesen en zijn zonen niet vies waren van het stropen en jagen.
In het huis dat aan het begin van het landgoed Prattenburg staat, hebben Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen de rest van hun leven gewoond. Dirk kreeg als veldwachter de bijnaam ‘De reus van ’t Woud’.
Het leven van Dirk Ariesen Aan het einde van de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw was er weinig werk te vinden voor de kinderen van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen. Rond 1900 zijn een aantal kinderen van Dirk en Jannetje Cornelia naar Duitsland getrokken om daar te werken.
De eerste kinderen waren Teunis en Cornelis, die in Duitsland hun geluk beproefden. Na alle verhalen die de broers aan de familie vertelden, zijn ook de andere broers naar Duitsland vertrokken. Volgens de overlevering hebben ze daar ook een kerk gesticht, waar Geurt Ariesen regelmatig voorging. Enkele kinderen huwden met een Duitse vrouw. Een groot aantal kleinkinderen van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen zijn in Duitsland geboren. Een kleindochter van Dirk en Jannetje Cornelia met de naam Jannigje Cornelia is met een Duitser, Gottfried Arnold, in het plaatsje Velbert gehuwd en is daar blijven wonen. Het zesde kind van Dirk en Jannetje Cornelia, met de naam Dirk, is niet de enige die zich liet naturaliseren tot Duitser. Ook heeft Dirk in het Duitse leger gediend. Na zijn diensttijd (7 maart 1923) heeft hij zich weer laten naturaliseren tot Nederlander. Volgens een familielid is er nog een broer die zich heeft laten naturaliseren tot Duitser, maar het is niet duidelijk wie dat geweest is. Waarschijnlijk is dit Cornelis geweest. Sommige kinderen waren voor de Eerste Wereldoorlog weer terug in Nederland, enkele jaren later zijn ook de anderen weer teruggekomen naar Nederland. Een paar broers zijn toen naar Limburg getrokken om in de mijnen te gaan werken. Ook in Limburg zijn veel nazaten te vinden van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen. Uit deze protestants-christelijke familie zijn veel (klein)kinderen rooms-katholiek geworden.
Uit het huwelijk van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen werden tien kinderen geboren:
Het tweede kind van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen is de rechtstreekse lijn naar Teunis Ariesen.
Op 1 september 1921 huwde Geurt Ariesen te ’s-Graveland met Elisabeth Schouten, geboren op 28 september 1886 te Kortenhoef, dochter van Krijn Schouten en Lijsje Voorn. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren.
Op 14 juni 1928 is Geurt Ariesen te Kortenhoef overleden en op 30 oktober 1948 is Elisabeth Schouten te Hilversum overleden. Zij waren lid van de Nederlandse Hervormde kerk. (zie hfst 5).
Uit het huwelijk van Teunis Ariesen en Louise Carolina Eleonora Irlé zijn vijf kinderen geboren. Van beroep was Teunis Ariesen tuinder.
Op 20 juli 1944 is Teunis Ariesen op de Emmaweg 343 (in sept. 1950 door vernummering 27) te Kortenhoef overleden. Op 9 april 1965 te Zwijndrecht is Louise Carolina Eleonora Irlé overleden.
Hoeveel kinderen (acht?) er precies uit dit huwelijk geboren zijn is niet bekend. Het is (nog) niet bekend waar en wanneer Weintje en Cornelis zijn overleden. Zij waren lid van de Nederlandse Hervormde kerk. Wel is bekend dat ook zij een aantal jaren in Duitsland gewoond hebben. Het is goed mogelijk dat het echtpaar in Duitsland is overleden en begraven.
Hun oudste dochter (Metje) is in Duitsland getrouwd en hun jongste zoon (Fritz) is 27 september 1921, Hermann Göringstrasse 69, Heiligenhaus, in Duitsland geboren, 19 april 1945, Heilstätte 22/23 te Essen overleden en in Heiligenhaus begraven.
Dochter Gerritje is op 23 juni 1922 te Kortenhoef gehuwd met Hendrik Schouten, geboren 1897 te Kortenhoef, zoon van Cornelis Schouten en Jannetje Schouten. Gerritje van Kampen is op 3 september 1992 te Woudenberg overleden en 8 september 1992 begraven op de Algemene Begraafplaats te Kortenhoef. Haar man Hendrik Schouten is op 24 augustus 1974 te Amersfoort overleden en op 28 augustus 1974 begraven op de Algemene Begraafplaats te Kortenhoef.
Dirk van Kampen is op 29 december 1927 te Hilversum gehuwd met Jannetje de Haan, geboren 17 november 1901. Dirk van Kampen is overleden op 3 januari 1997 en zijn vrouw Jannetje de Haan op 27 juni 1999. Beiden zijn begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Munnikenweg te Veenendaal.
In september 1908 vertrekt Sophia met de kinderen naar 's-Graveland, waar ze intrekken bij Jacob van Ekeris. Op 28 oktober 1909 huwde Sophia te ’s-Graveland met Jacob van Ekeris, geboren op 21 oktober 1875 te ’s-Graveland, zoon van Jacobus van Ekeris en Klaasje Glijn. Jacob was melkslijter van beroep en het beroep van Sophia was werkster. Op 9 maart 1940 is Sophia Ariesen op de Oranjeweg 86 te Kortenhoef overleden en Jacob van Ekeris is op 20 september 1957 op Moleneind 49a te Kortenhoef overleden en op 24 september 1957 op de Algemene Begraafplaats te 's-Graveland begraven. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
Toen het gezin zich in Nederlands Limburg vestigde, is Dirk in de staatsmijnen gaan werken. Op 27 december 1920 woonde de familie op het adres Plataanplein 3 in Heerlen.
Op 7 maart 1924 is Dirk weer genaturaliseerd tot Nederlander. Op 18 november 1960 is Dirk Ariesen te Heerlen overleden. Geertruida van de Weerd is op 72-jarige leeftijd op 12 november 1949 te Sittard overleden.
De twee broers Geurt en Dirk waren de getuigen bij dit huwelijk. Het opvallende is dat broer Dirk de akte heeft getekend als Dirk Ariessen.
Uit het huwelijk van Cornelis Ariesen en Amalie Julie Bleckmann zijn negen kinderen geboren. Ook dit gezin vestigde zich na terugkomst in Nederlands Limburg. Cornelis Ariesen en Amalie Julie Bleckmann zijn met hun kinderen vanuit het Duitse Ruhrgebied naar Nederland gekomen. Het waren ervaren mijnwerkers, die in de nieuwe mijnstreek gevraagd werden. Via Limbricht is het gezin terechtgekomen in Amstenrade. Cornelis en zijn gezin hebben in de buurt van Kasteel Amstenrade gewoond, waar hij een groot huis heeft gebouwd. In dit huis woonde niet alleen Cornelis en Amalie maar ook nog twee zonen. Heinrich Dietrich Ariesen met zijn vrouw Anna van Mechelen met hun gezin en Dietrich Ariesen met zijn vrouw Dina Sophie van Mechelen met hun gezin. Anna van Mechelen en Dina Sophie van Mechelen waren zusters van elkaar.
Als mijnwerker heeft Cornelis Ariesen in de Staatsmijn Emma gewerkt. Zijn kinderen hebben in de Staatsmijnen Hendrik en Emma gewerkt.
Een aantal (klein)kinderen zijn rooms-katholiek geworden. Als je de naam Ariesen intikt op een zoekmachine op internet, dan kom je regelmatig namen van kinderen met de achternaam Ariesen tegen op een dienstrooster van misdienaars.
Cornelis Ariesen is op 26 november 1924 te Heerlen overleden en zijn vrouw Amalia Julie Bleckmann is op 16 maart 1936 te Amstenrade overleden.
Uit dit huwelijk zijn tien kinderen geboren. De eerste zes kinderen zijn in Duitsland geboren. Na terugkomst in Nederland is ook Jan Cornelis in Heerlen gaan wonen, waar ook de laatste vier kinderen zijn geboren.
Toen neef Teunis Ariesen met zijn gezin verhuisde van Middellaan 79a naar het huis op de Nieuweweg te Veenendaal, is Jan Cornelis met zijn gezin in het huis op Middellaan 79a in Veenendaal gaan wonen. Jan Cornelis heeft zijn kinderen wel een protestants-christelijke opvoeding gegeven. Het gezin was lid van de Gereformeerde Gemeenten, Pniëlkerk te Veenendaal. Al zijn kinderen zijn kerkelijk meelevend gebleven, maar wel van verschillende kerkgenoot-schappen.. Emma Elise Anna Irlé is op 7 november 1948 te Veenendaal overleden. Op woensdag 10 november 1948 is zij begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Munnikenweg te Veenendaal.
Op 31 oktober 1950 huwde Jan Cornelis te Amersfoort met Rijntje Schimmel, geboren op 13 december 1896 te Amersfoort, dochter van Frans Schimmel en Evertje van de Pol. Op 13 februari 1956 is Jan Cornelis Ariesen te Amersfoort overleden en is op vrijdag 17 februari 1956 begraven op "Rusthof" te Amersfoort.
Na het overlijden van Jan Cornelis Ariesen is Rijntje Schimmel op 31 oktober 1957 te Amersfoort gehuwd met Steven van den Brink, geboren op 29 maart 1900 te Barneveld, zoon van Arie van den Brink en Neeltje van den Broek. Het echtpaar woonde op de Randenbroekerweg 22 te Amersfoort. Op 6 januari 1973 te Amersfoort is Rijntje Schimmel overleden en is begraven op 10 januari 1973 op "Rusthof" aan de Dodeweg te Amersfoort. Steven van den Brink is op 24 juni 1995 te Amersfoort overleden.
Gerrit Ariesen is nooit gehuwd geweest. Zijn beroep was veldarbeider.
Jan Koeman was warmoezenier van beroep. Wanneer Maria Ariesen is overleden is niet bekend. Of er kinderen uit dit huwelijk zijn geboren is (nog) niet bekend.
Op 21 juli 1926 stond er een foto van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen in de krant. Zij vierden toen hun diamanten huwelijksfeest. Dirk was toen 83 jaar en Jannetje Cornelia 85 jaar. Het echtpaar is altijd lid geweest van de Nederlandse Hervormde Kerk. Op 30 september 1927 is Jannetje Cornelia Hootsen op 85-jarige leeftijd te Veenendaal overleden. Twee jaar later, op 11 december 1929, is Dirk Ariesen op 86-jarige leeftijd te Veenendaal in huis D-40a overleden.
7. Geurt Ariesen
Geurt Ariesen werd op 23 januari 1868 in het huis Wijk B nr. 151 te Veenendaal geboren.
Enkele gebeurtenissen uit de periode 1868-1918 Er heerste in die tijd veel armoede in Veenendaal. Een arbeiderskind kreeg niet voldoende onderwijs om een trapje hoger te komen op de maatschappelijke ladder. Kinderen moesten al op jeugdige leeftijd meehelpen door bijvoorbeeld te werken op het land en op twaalfjarige leeftijd kwam het kind in de fabriek te werken. Aanvankelijk was dit nog eerder maar in 1891 werd er een overeenkomst gesloten tussen het gemeentebestuur en de fabrikanten. Deze overeenkomst hield in dat men geen kinderen zou aannemen die geen bewijs konden overleggen dat ze de lagere school hadden doorlopen. Wie ook fel heeft geprotesteerd tegen de kinderarbeid in Veenendaal was dr. Hoedemaker, die in Veenendaal predikant was van 1868 tot 1873. In 1874 werd er een wet aangenomen, die fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar verbood. Zij mochten nog wel thuis en op het veld werken. Maar niemand trok zich daar wat van aan. Pas vijfentwintig jaar later kwam hier verandering in, doordat in 1901 de leerplicht werd ingesteld.
Na de grote kerkscheuring van 1834-1836 in de Hervormde Kerk, de afscheiding van Hendrik de Cock te Ulrum, vond er een tweede grote scheuring in de Hervormde Kerk plaats, de Doleantie van 1886. Abraham Kuyper stelde zich aan het hoofd van deze groep. In 1892 verenigden de Dolerenden en de Afgescheidenen zich tot de Gereformeerden Kerken van Nederland. De Doleantie is niet van invloed geweest op het kerkelijke leven van de familie Ariesen, zoals de Afscheiding van 1834.
Hoewel Nederland aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) niet meedeed, was deze wel van invloed op de familie Ariesen. Twee zonen van Dirk Ariesen en Jannetje Cornelia Hootsen hebben in het Duitse leger gediend tijdens de Eerste Wereldoorlog. De gedachte dringt zich op dat de broers er zeker met elkaar over gesproken hebben. Misschien is dit ook wel van invloed geweest op het feit dat de twee broers in Limburg zijn blijven wonen. Het is ook bekend dat een zoon van de Limburgse Dirk buitengesloten is van de familie omdat deze zich met de Duitsers heeft ingelaten tijdens de Tweede Wereldoorlog; dat is hem niet in dank afgenomen.
Het leven van Geurt Ariesen In het jaar 1887 moest Geurt Ariesen zich melden voor de keuring voor de Nationale Militie, en bij loting is nummer 52 op hem gevallen. Hij werd vrijgesteld van dienst. Zijn beroep was arbeider, volgens het extract van de Nationale Militie. In 1898 werd de persoonlijke militaire dienstplicht ingesteld. Voortaan kon men zich niet meer laten betalen om voor anderen de dienstplicht te vervullen.
Geurt Ariesen huwde op 26 februari 1890 te Rhenen met Gerritje van de Pest, dochter van Lammert van de Pest en zijn tweede vrouw Aartje Vink, die gehuwd zijn op 24 december 1864 te Veenendaal. Uit dit huwelijk zijn zes kinderen geboren. Na Gerritje zijn er drie kinderen doodgeboren. Lammert van de Pest was de eerste keer gehuwd op 21 januari 1860 te Veenendaal met Aaltje van Dijk en woonde op Veeneind 184 te Rhenen. Uit dit huwelijk zijn twee dochters geboren. Aan dit huwelijk kwam een einde door het overlijden van Aaltje van Dijk op 13 januari 1864 te Rhenen. Dochter Wijntje is geboren op 11 juni 1860 te Rhenen en Barendina is geboren op 7 december 1862 te Rhenen.
Barendina komen we later nog een keer tegen. Het beroep van Lammert van de Pest was arbeider. In de huwelijksakte staat het beroep van Geurt vermeld: van arbeider. Op dezelfde dag huwde Pieter van de Pest, een broer van Gerritje. Bij dat huwelijk trad de vader van Geurt op als getuigen. Gerritje van de Pest werd op 12 november 1865 te Rhenen geboren. Na hun huwelijk vestigde Geurt en Gerritje zich in Achterberg. 26 februari 1890 is de datum van inschrijving in de Gemeente Rhenen en gingen zij wonen in Wijk B nummer 184 te Achterberg. Zij waren lid van de Nederlandse Hervormde kerk. Op 17 september 1894 werden zij uitgeschreven als inwoners van de gemeente Rhenen en vertrokken ze naar Veenendaal. Op 15 maart 1898 werden zij weer uitgeschreven bij de gemeente Veenendaal en op die dag werden ze weer ingeschreven als inwoners van de gemeente Rhenen en vestigde ze zich weer in Achterberg. Op 23 september 1899 werden ze weer uitgeschreven en vertrokken ze naar Gelders-Veenendaal, gemeente Ede. Geurt Ariesen en Gerritje van de Pest zijn met hun gezin omstreeks 1902 naar Duitsland verhuisd. De laatste twee kinderen van Geurt en Gerritje zijn in Heijssen (Duitsland) geboren. Gerritje van de Pest is in Nederland overleden op 25 december 1919 te Veenendaal. Geurt is voor het overlijden van zijn vrouw omstreeks 1918 met zijn gezin weer in Nederland gaan wonen en kort na hun terugkeer is Gerritje van de Pest overleden aan tuberculose (TBC).
Op 1 september 1921 is Geurt te ’s-Graveland voor de tweede keer gehuwd met de weduwe Elisabeth Schouten, geboren op 28 september 1886 te Kortenhoef. Na hun huwelijk zijn ze gaan wonen in een huis aan de Emmaweg 355 (de Rij) te Kortenhoef.
Dit huis is na het overlijden van Elisabeth Schouten openbaar verkocht en het is toen gekocht door hun oudste dochter Lijsje en hun schoonzoon Marinus Griffioen. Ook de zoon van Geurt, Teunis, had een bod uitgebracht op dit huis, maar zijn bod was te laag. Geurt Ariesen is op 14 juni 1928 te Kortenhoef overleden. Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Elisabeth Schouten zijn vier kinderen geboren. Elisabeth was een dochter van Krijn Schouten en Lijsje Voorn. Zij was eerder gehuwd op 12 mei 1916 te Kortenhoef met Abraham van der Velden. Elisabeth Schouten is 30 oktober 1948 te Kortenhoef overleden.
Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Gerritje van de Pest werden negen kinderen geboren:
Dirk heeft veel beroepen uitgeoefend, onder andere was hij petroleumventer, grondwerker, stalknecht, landarbeider en granietschuurder.
Zijn vrouw, Aaltje van Nieuwamerongen, is op 9 augustus 1958 te Veenendaal overleden. Dirk huwde op 3 december 1959 te Veenendaal met de weduwe Geertruida Hendrika van den Heuvel, dochter van Albert van den Heuvel en Ida van Soest, die geboren is op 24 augustus 1896 te Rhenen en op 26 juni 1975 te Veenendaal overleden. Zij was eerder gehuwd geweest met Arris Haalboom en uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren.
Dirk Ariesen heeft bijna de leeftijd van honderd jaar bereikt; hij is op 19 september 1990 te Veenendaal overleden. Dirk was lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Ook was Dirk vanaf ’t eerste uur lid van de kiesvereniging van de Staatkundige Gereformeerde Partij te Veenendaal.
Jarenlang (± 50 jaar) heeft Dirk Ariesen voor de partij de contributie opgehaald bij de partijleden, maar ook bij veel mensen die geen lid waren van de partij klopte hij voor een vrije gift. Op een keer ging hij ook langs bij ds. A. Wink om de contributie op te halen. Ds. Wink was niet zo op de SGP maar bij het openen van de deur riep hij tegen Dirk, ‘je krijgt niks, want er is geen een partij meer waar je op kan stemmen. Je kan een bakkie koffie krijgen maar verder niks.’ Dirk vroeg tijdens het koffiedrinken, ‘aan welke partij wil je dan je tien gulden kwijt’. Ds. Wink greep naar z’n portemonnee en smeet een briefje van tien gulden op tafel. Dirk vertrok toch weer met een voldaan gevoel. Door al zijn werkzaamheden voor de SGP was Dirk uit de wei, zoals hij vaak genoemd werd, een bekend figuur in Veenendaal.
In het herdenkingsboekje In Uw hand gegeven, 75 jaar Staatkundig Gereformeerd Politiek in Veenendaal, staat een interview met Dirk Ariesen te lezen. De gebeurtenis van ds. A. Wink staat er niet in.
Jacobje van den Heuvel is op 16 april 1983 te Veenendaal overleden. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Op 69-jarige leeftijd is Lammert op 28 november 1961 te Rhenen overleden. Zijn beroepen waren stoker, rubbermenger en poetser.
Lammert Ariesen is altijd lid gebleven van de Pniëlkerk te Veenendaal. Eerst behoorde deze gemeente tot de Gereformeerde Gemeenten, maar door enige leergeschillen rond ds. R. Kok is de hele Pniël-gemeente in 1950 zelfstandig geworden, en in 1956 heeft deze gemeente zich aangesloten bij de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland.
Zij is daar ook gehuwd met Adam Karl Friedrich Arnold. Wanneer dat huwelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren.
Jannigje Cornelia Ariesen is kort voor haar moeder Gerritje van de Pest overleden, ten gevolge van TBC. Haar broer Lammert heeft altijd contact met deze familie gehouden en is ook regelmatig bij hen op bezoek geweest.
Zijn beroep was veehouder. Lambertus Verkerk heeft zijn hele leven op de Daalseweg (vroeger Daalschedyk) te Zuilen, gewoond. Lambertus is begonnen als knecht op de boerderij, die de naam Geitenstein droeg. Jan Plomp was de eigenaar en zoon van degene die de boerderij ± 1900 liet bouwen. Al voor zijn huwelijk met Aartje Ariesen is Lambertus Verkerk als knecht in dienst gekomen bij Jan Plomp. Het echtpaar Verkerk betrok na hun huwelijk een huisje aan de Daalseweg te Zuilen, welke ook eigendom was van Jan Plomp. Jan Plomp was van dezelfde leeftijd als Lambertus Verkerk. Toen eigenaar Jan Plomp in militaire dienst moest, heeft Lambertus Verkerk de boerderij draaiende gehouden voor Jan Plomp. Later is Jan Plomp wethouder van de gemeente Zuilen geworden. Het boerenbedrijf werd ook toen weer draaiende gehouden door Lambertus Verkerk.
Dit heeft een hele tijd zo geduurd, totdat de gemeente vond dat het in verband met belangenverstrengeling niet meer kon. De eigenaar Jan Plomp, heeft Geitenstein toen aan de gemeente verkocht. Lambertus Verkerk kreeg de keus, de boerderij voor zichzelf te gaan pachten of iets anders te gaan doen. Lambertus koos er voor de boerderij te gaan pachten. Hij is in 1930 met zijn gezin, de boerderij Geitenstein gaan bewonen. De oudste zoon Gijs Verkerk, geboren op 2 mei 1921 te Zuilen, van Lambertus Verkerk en Aartje Ariesen was toen 9 jaar, maar kwam voordat de familie Verkerk de boerderij bewoonde, als klein kind al op de boerderij. Op 13-jarige leeftijd had zoon Gijs zijn schoolperiode afgerond en is direct bij zijn vader op de boerderij gaan werken. Gijs Verkerk huwde op 12 juni 1947 te Zuilen met Adriana Verduijn, geboren op 2 februari 1925 te Loenen aan de Vecht, dochter van Peter Verduijn en Hendrika Verhoef.
Aan het einde van het jaar 1950, had de gemeente andere plannen met de grond die om de boerderij heen lag. Steeds meer landbouwgrond werd besteed aan bebouwing. Dus ook steeds minder vee kon er gehouden worden.
Zoon Gijs heeft toen nog een hele tijd weiland gehad aan de andere kant van de Vecht, waar hij zijn koeien liet lopen. Maar het werd steeds moeilijker om met het boerenbedrijf twee gezinnen te onderhouden. Zoon Gijs Verkerk besloot te stoppen met het boerenbedrijf. Als vrij man zal dit niet gemakkelijk geweest zijn om zo'n besluit te nemen. Gijs is in 1963 bij de gemeentewerken te Gorinchem in dienst getreden. Gijs Verkerk en zijn vrouw Adriana Verduijn zijn toen met hun kinderen in Gorinchem gaan wonen. In 1985 is Gijs Verkerk en zijn vrouw verhuisd naar Apeldoorn, waar dochter Hannie woonde. Op 21 april 2002 te Apeldoorn kwam aan dit huwelijk een einde, door het overlijden van zijn vrouw, Adriana Verduijn. Gijs Verkerk is op 27 augustus 2005 te Apeldoorn overleden.
Lambertus Verkerk en zijn vrouw Aartje Ariesen zijn op de boerderij gebleven. Aartje Ariesen is op 19 april 1966 te Utrecht overleden en begraven op 23 april 1966 te Oud-Zuilen. Lambertus Verkerk heeft nog een periode alleen gewoond op boerderij Geitenstein. Totdat de familie het niet meer verantwoord vond dat Lambertus alleen verbleef op de boerderij. Tegenover de boerderij woonde zijn dochter Maria en haar man Hendrikus Gerrit de Bruin, waar Lambertus vanaf dat moment bleef eten en slapen. Tot aan het einde van zijn leven was Lambertus Verkerk ieder dag op de boerderij te vinden. Omdat zijn ogen steeds minder werden, is Lambertus Verkerk bij het oversteken van de weg naar het huis van dochter Maria, aangereden door een auto. Een week later is Lambertus Verkerk op 3 december 1973 te Utrecht aan zijn verwondingen overleden. Op 7 december 1973 is Lambertus Verkerk bijgezet in het familiegraf te Oud-Zuilen.
Boerderij Geitenstein stond al lange tijd op de nominatie om afgebroken te worden. Pas na het overlijden van Lambertus Verkerk is de gemeente daartoe overgegaan. Eerst werd er een tuinderij/bloemisterij naast de boerderij geopend en na het afbreken van de boerderij is ook de tuinderij/bloemisterij weer afgebroken en binnen enkele jaren is het hele gebied vol gebouwd met huizen.
Uit het huwelijk van Lambertus Verkerk en Aartje Ariesen zijn zes kinderen geboren. De moeder van Lambertus Verkerk is een halfzuster van de moeder van Aartje Ariesen. Gerritje en Barendina van de Pest hadden dezelfde vader.
Als je bij familieleden op bezoek komt om informatie in te winnen over andere familieleden, dan hoor je overal dat ze ook zeer regelmatig bij de familie Verkerk geweest zijn. Vaak kwamen er neefjes en nichtjes logeren op de boerderij bij de familie Verkerk. Iedereen was altijd van harte welkom bij deze warme familieleden.
Het vijfde kind van Geurt en Gerritje is de rechtstreekse lijn naar Teunis Ariesen.
Geertruida Vermeer is geboren op 4 november 1901 te Dodewaard en op 39-jarige leeftijd overleden. Teunis Ariesen was 53 jaar toen hij op 22 december 1951 te ’s-Graveland is overleden. Uit dit huwelijk zijn dertien kinderen geboren. Teunis Ariesen was lid van de Gereformeerde Gemeenten. Hij was ook lid van de Staatkundig Gereformeerde Partij. (zie hfst 6).
Uit dit huwelijk zijn negen kinderen geboren. Maria Ariesen is op 6 augustus 1984 te Rhenen overleden.
Op 29 september 1932 stond er een huwelijksadvertentie in de krant. In deze advertentie staat te lezen wanneer dit huwelijk plaats zou vinden. Het opvallende aan deze advertentie is dat de receptie op zondag 9 oktober 1932 gehouden is, van 15.00 tot 17.00 uur. Dit huwelijk werd kerkelijk bevestigd door de Nederlandse Hervormde predikant ds. A.K. Straatsma.
Hun woonadres was Indigostraat 90 ’s-Gravenhage. Het is bekend dat er een dochter, Hanny, uit dit huwelijk is geboren op 25 maart 1943 te 's-Gravenhage. Of er nog meer kinderen uit dit huwelijk zijn geboren is niet bekend.
Een aantal jaren later zijn ze geëmigreerd naar Australië. Vanuit Australië hebben ze in 1952 een advertentie geplaatst in een Nederlandse krant, waarin ze de groeten doen aan familie, vrienden, clientèle en zakenrelaties. Met de familie Ariesen in Nederland hebben ze nooit contact meer gehad.
Broer Teunis is niet aanwezig geweest op het huwelijk van Johannes en Johanna Cornelia. Hij heeft naderhand wel de opmerking geplaatst dat het maar goed is, dat ze niet naar de bruiloft in ’s-Gravenhage geweest zijn, want het was allemaal kouwe kak. Het schijnt dat er bijna niets te eten en te drinken geweest is.
Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Elisabeth Schouten werden vier kinderen geboren:
Marinus was een zoon van Willem Griffioen en Jannetje Verweij. Lijsje Ariesen is op 70-jarige leeftijd op 25 juli 1993 te Kortenhoef overleden. Op 29 juli 1993 is Lijsje begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Berensteijnseweg te 's-Graveland. Uit dit huwelijk zijn negen kinderen geboren. Leden van de familie Griffioen hebben steeds gewoond in het huis van Geurt Ariesen en Elisabeth Schouten, de vader en moeder van Lijsje.
De familie Griffioen was niet kerkelijk meelevend maar zogenoemde thuislezers en aanhangers van ds. J.P. Paauwe (1872-1956). De oorspronkelijk hervormde ds. Paauwe raakte in zijn gemeente Bennekom in de problemen toen hij enkele jongeren weigerde in te schrijven in het lidmatenboek. Deze jongeren hadden in het vrijzinnig hervormde Tiel belijdenis van hun geloof gedaan. Een dergelijk vrijzinnige geloofsbelijdenis liet zich niet verenigen met de waarheid die hij bracht, vond ds. Paauwe. Op 1 juni 1914 werd hij als predikant geschorst en begin oktober van dat jaar afgezet. Ds. Paauwe bleef echter preken, gesteund door een aantal mensen, onder wie enkele leden van zijn Bennekomse kerkenraad. Hij sprak in werkplaatsen of op de deel van een boerderij in de omgeving van het dorp. Later kreeg hij in Bennekom een vaste vergaderplaats. In 1914 verhuisde ds. Paauwe naar Den Haag. Veel paauweanen behoren nu tot de thuislezers. Zij lezen op zondag in huiselijke kring zijn preken. Nog steeds verschijnt het tweemaandelijkse blad ‘Getuigenis der Waarheid’, met stenografisch genoteerde preken van ds. Paauwe. Daarnaast circuleren onder zijn volgelingen bandjes met preken uit de periode 1951-1956.
Uit het huwelijk van Cornelia Ariesen en Hendrikus Jacobus Burgers zijn twee kinderen geboren.
Op 17 november 1998 te Genemuiden kwam er een einde aan het huwelijk van Sophia, door het overlijden van Klaas Hoekman op 73-jarige leeftijd. Klaas Hoekman is op 21 november 1998 begraven op de nieuwe begraafplaats te Genemuiden.
8. Teunis Ariesen
Teunis Ariesen werd op 8 oktober 1898, wijk-b nr. 184 te (Achterberg) Rhenen geboren en gedoopt in de Nederlandse Hervormde kerk te Rhenen. Het leven van Teunis (meestal werd hij Anton genoemd) is ook niet zonder zorgen geweest. De crisisjaren en twee wereldoorlogen, dus een tijd van veel armoede en onzekerheid, heeft hij meegemaakt.
Enkele gebeurtenissen uit de periode 1898-1951
Het leven van Teunis Ariesen De 21-jarige Teunis huwde op 11 oktober 1919 te Veenendaal met de 17-jarige Geertruida Vermeer, dochter van Hendrik Vermeer en Jansje van de Bijl.
Geertruida Vermeer is geboren op 4 november 1901 te Dodewaard. Of het huwelijk kerkelijk is bevestigd, is niet bekend, maar ze waren lid van de Gereformeerde Gemeente te Veenendaal (Pniëlkerk).
Het beroep van Teunis dat op de huwelijksakte staat vermeld, is smid. Teunis heeft in zijn leven vele beroepen gehad, zoals landbouwer, arbeider, chauffeur, en het laatst is hij tuinman en chauffeur geweest bij de familie Ter Kuilen, dit was de directeur van de Algemene Bank Nederland te Hilversum.
Ds. R. Kok De predikant die in de Veenendaalse gemeente stond was ds. R. Kok. In de periode 1930-1948 nam het aantal leden en doopleden aanzienlijk toe, tot ruim tweeduizend. Veel gezinnen woonden in de buitengebieden van Veenendaal en omliggende dorpen, zoals Elst, Ederveen en Ede. Iedere zondag ging ds. Kok twee keer voor in de gemeente van Veenendaal, en ’s middags om twee uur ging de dominee ook nog eens voor in Ederveen. Ook werd er op zondag nog catechisatie gegeven door ds. Kok. Deze dominee heeft ongelooflijk veel werk verzet, vooral op het pastorale vlak. Ds. Kok heeft veel betekend voor Veenendaal en omstreken. Hij was een radicale man, die met hart en ziel zijn vele werk in de gemeente verrichtte. Regelmatig had Teunis Ariesen een conflict met ds. Kok. Als er ledenvergadering gehouden werd, dan gebeurde het wel dat het al nacht was en moeder Geertruida Vermeer haar zoon Geurt opdracht gaf om zijn vader op te halen van de ledenvergadering. Ze wist dat, als het zo laat geworden was, de dominee en Teunis het weer eens niet met elkaar eens konden worden, en dat beide personen geen duimbreed toe zouden geven en hun eigen mening niet zo gauw zouden wijzigen. Ook Teunis was een man die stond voor zijn principes. Eens kwam ds. Kok met ouderling J. Zwankhuizen op huisbezoek bij de familie Ariesen. Teunis deed de deur open en zei tegen ouderling Zwankhuizen ‘kom binnen man, maar hij (ds. Kok) blijft maar buiten’. Tijdens het gesprek met ouderling Zwankhuizen, dat binnen plaatsvond, onder het genot van een kopje koffie, liep ds. Kok buiten te ijsberen en wachtte tot Zwankhuizen weer naar buiten kwam.
Teunis en ds. Kok waren aan elkaar gewaagd, waarschijnlijk dezelfde karakters, moeilijk voor zichzelf en hun omgeving. Dominee Kok had ook in Veenendaal een eigen school opgericht, die de ‘Kokse school’ werd genoemd. Hier kregen ook alle kinderen van Teunis en Geertruida onderwijs. Ook over de school hadden Teunis en de dominee regelmatig een conflict. Het is gebeurd dat een zoon (het is niet bekend wie dit geweest is) van Teunis uit school kwam en geslagen werd door andere leerlingen, omdat ze wilden dat hij een vloek zou zeggen. Uiteindelijk deed hij dat ook, maar op het moment dat hij het zei, passeerde ds. Kok en hoorde wat de jongen zei. Ds. Kok stoof op de jongen af en bulderde hoe erg het wel niet was wat hij gezegd had. Na enige tijd werd de dominee weer wat rustiger en drukte de jongen op het hart niets tegen zijn vader te zeggen, maar dat is toch gebeurd. Het volgende conflict was geboren. Ds. Kok sprak Teunis aan op hetgeen de zoon van Teunis gezegd had. Teunis vroeg aan de dominee of hij met de jongen in gebed was gegaan, en het gesprek was afgelopen. De kinderen van de familie Ariesen gingen ook op de catechisatie bij ds. Kok. Deze lessen werden gehouden in het catechisatielokaal achter de pastorie in de Hoofdstraat. Tijdens zo’n les kreeg je weinig de gelegenheid om aan iets anders te denken, want je moest je hoofd er wel bijhouden. Als je de les niet kende, moest je hem een aantal keren uitschrijven. In die tijd had Geurt Ariesen verkering met Maria Geertruida (roepnaam Marie) van Kuilenburg en ook zij bezochten de catechisatielessen bij ds. Kok. Meestal als de dominee een vraag stelde, dan zei de dominee: ‘Geurt, mond houden’, en moest er eerst een ander antwoord geven. Pas als niemand het antwoord wist, mocht Geurt antwoorden. Geurt was net als zijn vader, zeer bijbelvast en al vroeg bewust, dat een mens opnieuw geboren moest worden.
De oorlogsjaren Op 28 augustus 1939 kondigde de Nederlandse regering het bevel tot algemene mobilisatie af. Vier dagen later viel Duitsland Polen binnen en reden er in Nederland alleen nog treinen voor militairen. Op 4 september werden de eerste vreemde vliegtuigen boven ons land gesignaleerd.
Teunis Ariesen en zijn gezin hebben in verschillende huizen gewoond in Veenendaal, zowel op Utrechts als op Gelders grondgebied. Zo hebben ze ook dicht bij de oude meelfabriek in de Rode Haan gewoond, dit was grondgebied van Renswoude, waar zoon Hendrik is geboren, maar ook op de Gortstraat 48 en Middellaan 79a in Veenendaal. In 1923 vroeg Teunis een bouwvergunning aan om de woning in de Gortstraat te verbouwen. Enkele jaren later werd er opnieuw door Teunis een bouwvergunning aangevraagd, toen voor het huis op de Middellaan te Veenendaal. Enkele jaren later zijn ze naar de Nieuweweg verhuist, iets voorbij de splitsing aan de rechterzijde, waar zoon Dirk is geboren. Hierna zijn ze weer gaan wonen in een oud huis aan het einde van de Middellaan, waar dochter Jansje is geboren. Enkele jaren later zijn ze verhuisd naar de Dijkstraat te Veenendaal. Toen Teunis en zijn gezin verhuisde naar de Nieuweweg, is zijn oom Jan Cornelis Ariesen met zijn gezin het huis op de Middellaan 79a gaan bewonen.
Op 3 december 1936 zijn ze naar Elst (gemeente Rhenen) verhuisd. Ze zijn gaan wonen op de Franseweg nr. 9. Ook hiervandaan gingen ze naar Veenendaal op school. Op 16 juni 1937 werd Aartje in het huis op de Franseweg nr. 9 geboren en een paar maanden voordat de oorlog begon, is op 26 januari 1940 een levenloos meisje geboren. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 en de inval van de Duitse troepen in Nederland, kregen ook Veenendaal, Rhenen en Elst het zwaar te verduren. Tussen Veenendaal en Elst moest de busdienst van de EEBO (staat voor Eerste Elsterse Bus Onderneming), van eigenaar Henk Houth, stop gezet worden, omdat de omstandigheden steeds moeilijker werden. Met deze busdienst gingen een aantal kinderen mee naar de ‘Kokse school’ in Veenendaal, waaronder ook de kinderen van de familie Ariesen. Nadat de busdienst stopgezet was heeft Teunis Ariesen de kinderen een poosje met de huifkar naar school gebracht. Na een tijdje moest ook de huifkar eraan geloven, ook deze werd in beslag genomen door de Duitse bezetters. Vanaf dat moment moesten de kinderen van Teunis Ariesen lopen naar de ‘Kokse school’.
Tussen de middag werden ze opgevangen door ds. Kok, die voor alle kinderen uit Elst, in totaal zestien, het middagmaal verzorgde. Na het middagmaal gingen ze weer naar school en als ’s middags de school uitging liepen ze weer terug naar Elst. Ook op pastoraal gebied was ds. R Kok een echte herder.
De leefomstandigheden werden steeds zwaarder in Elst, ook omdat de slag om de Grebbeberg dreigde. Veel bewoners uit Veenendaal werden geëvacueerd. Te voet, per fiets of in een enkel geval per auto kwamen de evacués richting Elst, waar vuile kolenschuiten in gereedheid waren gebracht om de bevolking over te brengen naar Rotterdam, waar ze dan verspreid en ondergebracht werden in de provincie Zuid-Holland.
Ook op deze boten ging ds. Kok mee om de mensen pastoraal bij te staan. Het is geen wonder dat de Veenendaalse bevolking nog met veel ontzag over deze dominee spreekt.
Blijde en zeer droeve tijden Tijdens de oorlog kwam op 27 februari 1941 op de Franseweg nr. 9 zoon Teunis ter wereld, maar na deze blijdschap kreeg de familie Ariesen enkele maanden later, op zaterdag 14 juni 1941, een zware slag te verwerken door het overlijden van hun moeder, Geertruida Vermeer. Geertruida zat in een stoel en na getroffen te zijn door een hersenbloeding is zij op 14 juni 1941 overleden. Dit waren zeer zware tijden voor de familie Ariesen. Geertruida Vermeer is op woensdag 18 juni 1941 te Elst (Utr.) begraven.
Op 25 maart 1943 trad zoon Geurt in het huwelijk met Maria Geertruida van Kuilenburg. Het echtpaar ging inwonen op de Franseweg nr. 9, zodat Maria Geertruida op 20-jarige leeftijd het huishouden van dit grote gezin op zich moest nemen. Hier in dit huis kwam ook hun eerste kind, Teunis ter wereld op 14 augustus 1943. Zo waren er twee kleine mannetjes in het huis met de naam Teunis. Al gauw werd dit dan ook grote Teus en kleine Teus. Deze benaming is gebleven tot grote Teus op 21-jarige leeftijd het huis van zijn broer Geurt verliet.
Maar ook de vreugde om de geboorte van kleine Teus werd overschaduwd door opnieuw een sterfgeval. Op 27 november 1943 is ten gevolge van een bloedvergiftiging, zoon en broertje Pellie op twaalfjarige leeftijd overleden.
Door deze brand zijn Geurt en Maria Geertruida met hun zoon Teunis op de Woudweg 7 gaan wonen. Van hieruit zijn ze geëvacueerd naar Tienhoven.
Vertrek uit Elst Ook het dorpje Elst kwam aan de beurt om te evacueren. Aan het einde van 1944 moest ook de familie Ariesen evacueren. Teunis is met zijn kinderen naar ’s-Graveland vertrokken. Vanaf 27 juni 1945 staat hij ingeschreven op het woonadres Emmaweg 356, later is dit nummer gewijzigd in 598, dit zal door vernummering gekomen zijn. Na de oorlog zijn ook Geurt en Maria Geertruida hier weer ingetrokken, tot zij een woning toegewezen kregen van de gemeente ’s-Graveland. Op dit adres is Teunis Ariesen op 53-jarige leeftijd overleden, op 22 december 1951 te ’s-Graveland; hij liet drie kinderen na. Waarschijnlijk is Teunis met zijn gezin vertrokken naar ’s-Graveland omdat opoe Beth (Elisabeth Schouten), de stiefmoeder van Teunis, daar nog woonde.
Teunis is gaan werken als chauffeur en tuinman bij de familie Ter Kuilen, die directeur was van de Algemene Bank Nederland te Hilversum. Op het landgoed van de familie Ter Kuilen werden iedere zaterdagmiddag door Teunis alle bospaden van het onkruid ontdaan en werden alle paden aangeharkt. Zoals ook uit de eerdere verhalen is gebleken, was Teunis driftig van karakter. Nu gebeurde het dat een buurman van de familie Ter Kuilen de gewoonte had om aan het einde van elke zaterdagmiddag met zijn paard over alle bospaden te gaan rijden. Teunis had daar veel ergernis van en had al meerdere keren gevraagd of de buurman niet meer op het betreffende grondgebied wilde komen, omdat het privé-eigendom was. Op een keer vroeg deze man wat Teunis zich wel niet verbeeldde en of hij soms eigenaar was van het grondgebied. Er ontstond een heftige discussie en er volgde een handgemeen, waarbij de man gewond raakte en enkele tanden verloor. De man riep dat hij er politiewerk van zou maken, waarop Teunis antwoordde: ‘Alsof ik er wat aan kan doen dat je op deze boomstronk bent gevallen.’ De buurman is op het voorval nooit teruggekomen.
Als je aan een aantal oudere mensen die Teunis nog meegemaakt hebben, vraagt of ze wat kunnen vertellen over Teunis Ariesen, dan wordt er met veel respect over deze man gesproken. Niet om zijn daden, maar wel om zijn levenswijze. Ook zijn schoondochter Maria Geertruida van Kuilenburg was altijd zeer aangedaan als ze over haar schoonvader sprak. Ze vertelde altijd dat Teunis hard voor zichzelf was, maar als hij over geestelijke zaken begon te spreken was iedereen stil. Zijn zoon Geurt en zijn vrouw Maria Geertruida woonden nog thuis en Maria Geertruida lag nog in het kraambed van haar zoon Lammert die op 14 december 1951 ter wereld was gekomen. Vader Teunis lag ziek op bed en zijn zoon Geurt was naar de kerk, toen Teunis riep naar Marie: ‘Kom er een poosje uit, neem een stoel mee en kom even hier aan het bed zitten, zodat we samen wat kunnen praten.’ Bij thuiskomst van Geurt hebben ze nog met elkaar over de preek gesproken. Na een stukje lezen uit de Bijbel en een dankgebed, namen ze afscheid van elkaar. Allen zijn ze gaan slapen en de volgende morgen bij het wakker worden, zei Maria Geertruida tegen haar man: ‘Ik heb je vader helemaal niet gehoord.’ Geurt is bij zijn vader gaan kijken, maar deze was die nacht in zijn slaap overleden. Teunis sprak tegen anderen altijd veel over zijn zoon en schoondochter. Altijd zei hij er achteraan: ‘Er is maar één Geurt en maar één Marie.’ Deze mensen hadden in hun leven niet alleen veel steun aan elkaar gehad maar hadden ook diep respect en veel liefde voor elkaar. Teunis Ariesen is op zaterdag 22 december 1951 in het huis aan de Emmaweg 598 te 's-Graveland overleden en op donderdag 27 december 1951 begraven op de Algemene Begraafplaats te 's-Graveland.
Na het overlijden van Teunis is zijn zoon Geurt voogd geworden over de kinderen die nog thuis waren; hij en zijn vrouw hadden de zorg voor deze kinderen op zich genomen. Geurt en Maria Geertruida wilden graag terug naar het ouderlijk huis omdat dit groter was dan het huisje dat ze in Zuid (later Zuidereinde) toegewezen hadden gekregen van de gemeente. De gemeente ’s-Graveland stemde daarmee in.
Uit het huwelijk van Teunis Ariesen en Geertruida Vermeer werden dertien kinderen geboren:
Het eerste kind van Teunis en Geertruida is de rechtstreekse lijn naar Teunis Ariesen.
Ook Hendrik heeft bij tapijtfabriek Keizer Bonaparte te Hilversum gewerkt. Hun oudste kind Teunis is in Hilversum geboren. Hun tweede zoon Bertus in Amerongen en hun derde zoon Pelly is in ’s-Graveland geboren. Hun vierde zoon Johannes Cornelis is in Kokcera (Australië) geboren.
Hendrik en Ardina waren de eerste keer op 16 februari 1956 met de Johan van Oldenbarnevelt in Australië aangekomen, maar in 1964 zijn ze definitief geëmigreerd naar Australië. Op 7 juni 1964 kwamen ze aan met de Flavia in Sydney.
Daar heeft Hendrik ook op een weverij gewerkt en daar is hij bij zijn werkzaamheden een arm kwijtgeraakt. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren. Hendrik Ariesen is op 12 september 1984 in Australië overleden.
Het beroep van Gerritje Ariesen was spinster. Het beroep van Hendrik van Spanje was bouwvakker. Hendrik is de zoon van Anthonie van Spanje en Reintje van Viegen. Gerritje Ariesen is op 11 november 1980 te Nijmegen overleden en in Amerongen begraven. De familie Van Spanje was lid van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren. Willem Dirk Brinkman was een zoon van Arnoldus Marinus Brinkman en Janske van Hoften. Willem Dirk Brinkman is op 1 december 1984 te Rhenen overleden. Zijn beroep was polijster bij de Gero in Zeist. In het archief is ook te vinden dat Marinus Brinkman arbeider op de steenfabriek geweest is.
De familie Brinkman is lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. Een kleindochter van Jansje (Hestrina 1977) is gehuwd op 11 mei 2000 te Rhenen met een kleinzoon (Gerrit Hardeman 1978) van haar broer Geurt.
Dirk Ariesen huwde op 22 augustus 1951 te Hilversum met Gijsbertje Hovius, geboren op 5 januari 1928 te Hilversum, dochter van Gerrit Hovius en Mimi Hintze. Gijsbertje Hovius is op 6 juni 2004 te Kortenhoef overleden en begraven op de Algemene Begraafplaats te 's-Graveland. Dirk Ariesen is op 1 april 2007 te Hilversum overleden en bijgezet op 5 april 2007 in het familiegraf op de Algemene Begraafplaats aan de Berensteinseweg te 's-Graveland.
Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Dirk heeft ook gewerkt bij tapijtfabriek Keizer Bonaparte te Hilversum. Een groot deel van zijn arbeidzaam leven heeft Dirk het beroep van (inter)nationaal chauffeur uitgeoefend. Dirk heeft de laatste twee jaar van zijn leven gewoond in het Verzorgingshuis De Kerkenlanden te Hilversum.
Zij is meerdere keren gehuwd geweest en uit deze huwelijken zijn negen kinderen geboren. Op 16 november 2004 is Aaltje Ariesen te Hoorn overleden.
Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Na echtscheiding huwde Johanna Cornelia Ariesen op 17 augustus 1979 te Rhenen, met Steven Aartsen, geboren 11 augustus 1941 en overleden op 15 december 1986. Johanna Cornelia Ariesen is op 26 juli 2005 te Ede overleden. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
Drie maanden na zijn geboorte is zijn moeder Geertruida Vermeer op 14 juni 1941 te Rhenen overleden. Tot zijn 21ste jaar heeft Teunis bij zijn broer Geurt in huis gewoond. De laatste jaren voor zijn huwelijk heeft Teunis bij de familie De Bruin in Veenendaal gewoond. Teunis huwde op 25 juni 1965 te Veenendaal met Anna Hendrikje de Bruin, die op 2 juni 1943 te Veenendaal geboren is. Anna Hendrikje is een dochter van Dirk de Bruin en Trijntje Bomhoff.
Uit het huwelijk van Teunis Ariesen en Anna Hendrikje de Bruin zijn drie kinderen geboren. De beroepen van Teunis in Nederland waren tuinder, chauffeur en verwarmingsmonteur. Teunis Ariesen en zijn gezin waren lid van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Na een aantal jaren is Teunis met zijn gezin geëmigreerd naar Canada. De familie Ariesen is nu lid van de Reformed Congregations in North America.
9. Geurt Ariesen
Geurt Ariesen werd op 21 november 1919 in het huis aan de Parallelweg te Veenendaal geboren.
Ds. H. Kieviet was predikant van de Gereformeerde Gemeente te Veenendaal. Het is aannemelijk dat Geurt door hem gedoopt is. Na het overlijden van ds. H Kieviet werd er eind 1929 een beroep uitgebracht op ds. R. Kok, die het beroep ook aannam.
Als jochie van een jaar of elf maakte Geurt de oprichting mee van de Gereformeerde Gemeenteschool te Veenendaal. Deze is tot stand gekomen doordat ds. R. Kok voortdurend de gemeenteleden erop wees dat ze hun kinderen naar een school moesten doen met de juiste leer. Geurt die eerst een aantal jaren op de Hervormde Patrimoniumschool had gezeten, is later naar de Gereformeerde Gemeenteschool (in de volksmond de 'Kokse school') gegaan.
Op 1 april 1931 werd de ‘Kokse school’ geopend. Geurt zat in de klas bij de heer J.H. den Hengst, die ook hoofd van de school was. Dit was een zoon van ds. W. den Hengst. Bij Geurt in de klas zaten een aantal familieleden, onder wie zijn broer Hendrik. Maar ook Anne Elise Ariesen en Cornelis Ariesen, dochter en zoon van Jan Cornelis Ariesen. Verder Hennie Huiberts die later in het huwelijk trad met Gerritje Ariesen, dochter van Lammert Ariesen. Nadat Geurt verkering kreeg met Maria Geertruida van Kuilenburg zijn ze, zoals u eerder hebt kunnen lezen, op belijdeniscatechisatie gegaan bij ds. R. Kok. Maria Geertruida van Kuilenburg is hervormd gedoopt op zondag 1 juli 1923 in de Andrieskerk te Amerongen.
De familie Van Kuilenburg is later naar Elst verhuisd en sloot zich aan bij de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland op de Houweg in Elst. Geurt moest gekeurd worden voor de militaire dienst, en werd goedgekeurd. Hij heeft gediend bij de Cavalerie te Alkmaar.
Geurt Ariesen huwde op 25 maart 1943 te Rhenen met Maria Geertruida van Kuilenburg, dochter van Cornelis van Kuilenburg en Johanna Blankestijn, die geboren is op 22 maart 1923 te Amerongen. In de huwelijksakte van Geurt Ariesen en Maria Geertruida van Kuilenburg staat als beroep van Geurt geschreven: landarbeider. Maar Geurt is ook nog katoenspinner, landbouwer, opperman en als laatste magazijnmedewerker bij tapijtfabriek Keizer Bonaparte te Hilversum geweest.
Het echtpaar ging wonen op de Franseweg 9 en inwonen bij de vader van Geurt, Teunis Ariesen. Na de brand van 16 maart 1944 zijn ze op Woudweg 7 gaan wonen. Aan het einde van het jaar 1944 moest de familie Ariesen evacueren naar Tienhoven. Ze hadden een evacuatieadres gekregen en werden ondergebracht bij de familie Smit. Smit was melkboer van beroep. Deze mensen waren niet blij met de evacués, maar werden verplicht hen op te nemen, maar ze waren niet verplicht om het gezin Ariesen van eten te voorzien. Ondanks dat deze mensen de hele kelder vol hadden liggen met aardappels, die lagen weg te rotten, kregen Geurt en Maria Geertruida helemaal niets. Dus Geurt ging op voedseltocht, zijn vrouw en de kleine Teus bleven achter. Geurt kwam op zijn voedseltocht vlak bij fort Blauwkapel, gelegen tussen Utrecht en Groenekan, waar op dat moment een razzia gehouden werd. Ook Geurt werd opgepakt en ging op transport naar Duitsland. Maria Geertruida werd door andere mensen gewaarschuwd dat haar man in de trein zat, die gereed stond bij Blauwkapel om alle mannen die opgepakt waren naar Duitsland te transporteren. Als ze zich zou haasten, kon ze nog afscheid nemen van haar man, maar ze kwam te laat. Geurt kwam in het Taunusgebergte in de Duitse deelstaat Hessen, waar hij te werk werd gesteld bij een boerenfamilie. Daar moest hij meewerken op het land, maar ook op de jacht stond Geurt zijn mannetje. Ook een zwager van Geurt, Henk van Kuilenburg, was in dit gebied tewerkgesteld als broodbakker, terwijl hij bijna nooit iets warm gemaakt had. Er werd gevraagd wie er kon broodbakken, waarbij Henk z’n vinger maar opgestoken had. Regelmatig voorzag hij zijn zwager Geurt van brood. Volgens afspraak kwam Geurt naar de omheining, die afgezet was met prikkeldraad, en Henk gooide dan zijn eigenhandig gebakken brood erover heen. Geurt heeft verder heel weinig van de oorlog gemerkt.
Na enkele weken besloot Maria Geertruida om naar haar schoonvader te gaan, die in ’s-Graveland was aangekomen. Na de oorlog is Geurt Ariesen weer herenigd met zijn gezin. Toen Geurt weer terug was uit Duitsland, merkte hij dat ook het gewone leven in Nederland was doorgegaan. Inmiddels was zijn zuster Gerritje Ariesen gehuwd op 9 maart 1945 te Amerongen met Hendrik van Spanje. Van deze bruiloft is geen enkele foto te vinden, zelfs niet bij de kinderen van dit echtpaar. Wanneer Geurt en zijn vrouw zich kerkelijk hebben laten overschrijven, is niet bekend. In het begin lazen ze thuis een preek en later is de familie Ariesen lid geworden van de Oud Gereformeerde Gemeente te Loenen. Zes kinderen zijn daar gedoopt. Na een conflict met de kerkenraad zijn een aantal families uit Kortenhoef en ’s-Graveland thuis preek gaan lezen, ondermeer de familie Jaap Schouten, rietsnijder van beroep, broer van Hendrik Schouten, welke een schoonzoon was van Sophia Ariesen. De familie Kreunen, die een tabakszaak hadden in het Noordereinde te ’s-Graveland en de familie Van Geelen. Later hebben de families Ariesen en Schouten gezamenlijk preek gelezen. In april 1956 verhuisde het gezin Ariesen, op voorspraak van de huisarts dr. C. Ruys, naar een heel nieuw huurhuis op de Burgerlaan 4 te ’s-Graveland.
De gemeente vroeg zich af of het wel verantwoord was, om zo’n groot gezin een nieuw huis te laten bewonen. Dokter Ruys verklaarde voor de gemeenteraad dat hij er garant voor zou staan dat de familie Ariesen het huis niet zou verwaarlozen. In de jaren ’80 moesten deze huizen gerenoveerd worden en na inspectie van een bouwcommissie van de gemeente ’s-Graveland bleek dat het huis op Burgerlaan 4 als enige niet gerenoveerd hoefde te worden. Maria Geertruida was dan ook erg zuinig op haar spullen. Iedere week werd de huiskamer helemaal uitgeruimd en schoongemaakt, terwijl er alleen in het weekend geleefd werd in de huiskamer.
In 1957 is Geurt met zijn gezin lid geworden van de Oud Gereformeerde Gemeente te Hilversum. Hier zijn dan ook de andere vier kinderen gedoopt door de Oud Gereformeerde predikant ds. Van Dijk. Op 40-jarige leeftijd is Geurt ouderling geworden in deze gemeente. Ook de heer E. Duim was hier ouderling. Uit de zustergemeente te Overberg kwam de vraag of er een ouderling uit Hilversum over kon komen om daar voor te gaan in de gemeente. Eerst werd Geurt Ariesen gevraagd, maar na overleg met zijn vrouw besloot Geurt het niet te doen. Daarna heeft de heer Eime Duim het besluit genomen om te gaan. Een ander kerkenraadslid was diaken J. Enderlee uit Hilversum, van beroep stoker in het ziekenhuis te Hilversum. Geurt heeft niet alleen in Hilversum vele jaren catechisatie gegeven aan alle leeftijdsgroepen, maar ook in de Oud Gereformeerde Gemeente te Huizen.
Regelmatig werden er in Kortenhoef ook sprekers uitgenodigd voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Dit gebeurde in het verenigingsgebouw ‘De Karekiet’. Ook Geurt droeg de Staatkundig Gereformeerde Partij een warm hart toe! Meerdere keren heeft hij op verkiezingslijsten gestaan. Zijn kinderen vonden dat een stuk minder prettig. Als er verkiezingen zaten aan te komen, moesten de kinderen de verkiezingsfolders rondbrengen in ’s-Graveland en Kortenhoef. Ook richting Loosdrecht op de Kromme Rade moesten deze folders in de brievenbus gestopt worden. Zoon Lammert vond dit te veel werk en aangekomen bij de sluis tussen ’s-Graveland en de Kromme Rade, gaf hij ze mee in de stroming van het water.
Enkele weken later kwam Geurt de heer Uitenbosch tegen. Deze vroeg waarom hij geen verkiezingsfolder van de SGP in de brievenbus had ontvangen. Na thuiskomst werden de jongens stevig aan de tand gevoeld op de gebruikelijke manier. Al gauw kwam de aap uit de bekende mouw en de dader kreeg straf. Lammert werd wel vaker voor straf naar boven gestuurd. Boven op de slaapkamer aangekomen zijnde, toonde Lammert altijd diep berouw op de zijn bekende wijze. Menig mens kon een voorbeeld nemen aan de vurige gebeden van Lammert, die luidkeels uitgesproken werden, zodat ze ook beneden in de keuken zeer goed te horen waren. Vader Geurt was al gauw onder de indruk en overtuigd van de oprechtheid van het berouw van Lammert en hij riep naar boven dat Lammert weer naar beneden mocht komen. Maar Lammert was dit alles o zo gauw weer vergeten!
Geurt Ariesen was ook medeoprichter van de Reformatorische Basisschool te Hilversum en heeft nog enkele jaren als penningmeester in het bestuur gezeten. Zijn twee jongste kinderen hebben daar ook op school gegaan. Zondags liep de hele familie naar de kerk in Hilversum. Als er een van de kinderen verkering kreeg, was het voor dat nieuwe meisje of jongen wel even wennen om zo’n groot stuk vier keer op een dag te lopen. Vooral als er een groot pak sneeuw lag of het flink geijzeld had. Dan werden er wollen kousen over de schoenen aangetrokken en ging men op pad naar Hilversum. Er zijn veel hilarische momenten meegemaakt maar ook nare ogenblikken. Op een zondagavond uit de kerk liepen de kinderen op de Vaartweg. Ze stonden naast elkaar op de vluchtstrook om het verkeer te laten passeren. Er kwamen een paar stoere jongens aan op brommers en een jongen kwam van de rechterkant helemaal naar de linkerkant om zo de familie Ariesen te laten schrikken. Hij wilde z’n stuur omgooien maar bleef met het stuur in de jas van zoon Wouter hangen en sleurde hem tientallen meters mee. In plaats van dat Geurt lopend met zijn kinderen op weg was naar huis, zat hij in de ziekenauto op weg naar het ziekenhuis. Geurt was magazijnmedewerker bij tapijtfabriek Keizer Bonaparte en ging over de particuliere verkoop van tapijten. Door deze werkzaamheden kreeg de familie Ariesen het financieel steeds beter.
Na een leven van hard werken en zuinig zijn is Geurt op 51-jarige leeftijd begonnen met rijlessen te nemen en na het eerste rijexamen op 6 maart 1972 is hij geslaagd. Met heel veel plezier heeft hij samen met zijn vrouw Maria Geertruida nog veel toertochten gemaakt en familiebezoeken afgelegd. Wat vroeger allemaal op de bromfiets werd gedaan, kon nu met de auto gebeuren. Als dochter Hannie op 24 mei jarig was, klom elk jaar de hele familie Ariesen uit ’s-Graveland op de bromfiets om de verjaardag van Hannie te gaan vieren. Op de Slotlaan in Zeist werd altijd een tussenstop ingelast om met elkaar een bakje koffie te gaan drinken. Het leuke was dat de uitbaatster van deze zaak altijd bij het vertrek riep: ‘Tot volgend jaar.’ Dit was altijd een leuke dag uit met elkaar. Toen Geurt zijn rijbewijs had gehaald, waren deze ritjes op de brommer afgelopen.
Geurt had vaak in de winter las van bronchitis en zo ook in het voorjaar van 1973. Na een bezoek aan de huisarts werd hij doorgestuurd naar het ziekenhuis. Na onderzoek bleek dat Geurt ongeneeslijk ziek was. Ook zijn vriend en mede-kerkenraadslid de heer J. Enderlee was ernstig ziek. Nadat Geurt afscheid had genomen van Jaap Enderlee, is deze de volgende dag in het ziekenhuis te Hilversum overleden. Na een slopende ziekte van acht weken is Geurt Ariesen op 9 juli 1973 op 53-jarige leeftijd in het ziekenhuis te Hilversum overleden. Op 15 juli 1973 is Geurt Ariesen onder zeer grote belangstelling begraven op de algemene begraafplaats aan de Beresteinseweg te ’s-Graveland. De rouwdienst werd geleid door de Oud Gereformeerde predikant ds. Joh. van der Poel. Maria Geertruida bleef achter met zeven kinderen. Vanaf april 1956 tot 1990 heeft ze op Burgerlaan 4 te ’s-Graveland gewoond. Daarna verhuisde ze naar ’t Achterdorp in Barneveld. Na een bewogen leven heeft ze hier de laatste jaren met veel plezier gewoond. Ook kon ze hier weer op eigen kracht naar de kerk, dit was voor haar ook van veel betekenis. Na een ziekte van zestien jaar was het op het laatst niet meer mogelijk om daar te blijven wonen.
Door haar ziekte is ze de laatste dagen van haar leven verpleegd in Hospice ‘De Wingerd’ te Amerongen. Daar is ze na een week liefdevol verzorgd te zijn geweest, op 79-jarige leeftijd op 2 november 2002 overleden.
Hospice ‘De Wingerd’ is 500 meter vanaf het huis waar Maria Geertruida van Kuilenburg is geboren. Op 8 november 2002 is ze bijgezet in het familiegraf op de algemene begraafplaats aan de Beresteinseweg te ’s-Graveland. De rouwdienst, die te Barneveld gehouden werd, werd geleid door de Oud Gereformeerde predikant ds. D. Monster.
Uit het huwelijk van Geurt Ariesen en Maria Geertruida van Kuilenburg werden tien kinderen geboren:
Na de lagere school heeft hij bijna twee jaar de Landbouwschool in Abcoude bezocht. Hierna heeft zijn vader hem van school afgehaald en moest Teus gaan werken. Hij heeft belijdenis gedaan in de Oud Gereformeerde Gemeente te Hilversum. Deze dienst werd gehouden in de Lutherse kerk op de Paulus van Loolaan te Hilversum, waarschijnlijk omdat het eigen kerkgebouw te klein was.
Op 28 april 1965 huwde Teus Ariesen te Utrecht met Jennie Tekkelenburg, die geboren is op 29 maart 1942 te Utrecht. Jennie is een dochter van Geert Tekkelenburg en Jannigje Hoogendoorn. Het huwelijk is kerkelijk bevestigd door de predikant van de Gereformeerde Gemeente te Utrecht, ds. C. Harinck. Uit het huwelijk van Teus Ariesen en Jennie Tekkelenburg zijn vier kinderen geboren.
Teus heeft verschillende beroepen gehad. Hij is begonnen in zijn vrije tijd als boerenknecht en is later bij zijn vader gaan werken als tapijtwever op de tapijtfabriek van Keizer Bonaparte te Hilversum. Na zijn huwelijk is Teus gaan werken op de breierij Cyane, van de familie Kieviet in Utrecht. Op 7 februari 1969 is hij als offsetdrukker begonnen bij Uitgeverij en Boekhandel Den Hertog, Lange Nieuwstraat 52a te Utrecht. (zie hfst 8).
Na haar schooltijd is Johanna gaan werken in de huishouding bij de hervormde predikant ds. De Looze te Hilversum. Na een jaar trad zij in dienst bij wasserij Lamme te ’s-Graveland.
Op 24 augustus 1966 huwde Johanna Ariesen te ’s-Graveland met Anthonie Franken, die geboren is op 8 februari 1944 te Dodewaard, zoon van Anthonie Franken en Geertruida Everdina Nab. Het huwelijk is kerkelijk bevestigd te Hilversum door de Oud Gereformeerde predikant ds. Joh. van der Poel. Na hun huwelijk is het echtpaar gaan inwonen bij de ouders van de bruid, op de Burgerlaan 4 te ’s-Graveland.
Op 1 september 1967 is de familie Franken gaan wonen bij de grootmoeder (opoe van Kuilenburg) van Johanna op de Franseweg 53 te Elst. Uit het huwelijk van Johanna Ariesen en Anthonie Franken zijn twee kinderen geboren. Anthonie Franken was werkzaam op de Scheepjeswol te Veenendaal.
Na zijn huwelijk is Anthonie Franken gaan werken als spinner en twijnder bij tapijtfabriek Keizer Bonaparte te Hilversum en vanaf 1 september 1967 weer op de Scheepjeswolfabriek. Na het faillissement van DS van Schuppen is hij gaan werken bij de FAR te Veenendaal. Anthonie Franken heeft van de vut-regeling gebruik kunnen maken. Een aantal maanden daarna ging ook de FAR te Veenendaal failliet. De familie Franken is lid van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Toen ze in de hoogste klas zat, viel ze soms ook in als invaljuf, zodoende heeft haar jongste broer nog les van de zeer strenge Geertruida gehad. Na haar schooltijd is zij gaan werken bij wasserij Lamme te ’s-Graveland. In 1970 ging Geertruida voor een jaar naar Amerika en heeft daar particulier een bejaarde vrouw verzorgd. Na haar terugkomst is zij gaan werken als bejaardenverzorgende in de Tollekamp te Rhenen. Op 7 februari 1973 huwde Geertruida Ariesen te Hilversum met Jan van Appeldoorn, die geboren is op 2 december 1946 te Rhenen, zoon van Maas van Appeldoorn en Willemina Randewijk. Het huwelijk is kerkelijk bevestigd te Hilversum door de Oud Gereformeerde predikant ds. C. Smits. Het echtpaar is gaan wonen op de Parallelweg 100 te Veenendaal. Jan van Appeldoorn is werkzaam geweest op de boerderij bij zijn vader. Na hun verhuizing naar Veenweg 1 te Achterberg is Jan meentbaas geworden bij de Gemeente Rhenen. Ook is Jan van Appeldoorn al vele jaren koster van de kerk. Uit het huwelijk van Geertruida Ariesen en Jan van Appeldoorn zijn vijf kinderen geboren. De familie Van Appeldoorn is lid van de Gereformeerde Gemeente te Rhenen. Ook heeft Jan van Appeldoorn gebruik gemaakt van de VUT-regeling.
Op 13 september 1973 huwde Lammert Ariesen met Cornelia Johanna van de Geer, geboren op 29 december 1952 te Leersum, dochter van Johannes van de Geer en Dirkje Dorrestijn. Het beroep van Cornelia Johanna is verzorgende in het verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin. Het eerste adres van het echtpaar is geweest in Maarsbergen, daarna zijn ze gaan wonen op de Kon. Emmalaan 15 te Leersum en het adres waar ze nu wonen is Boerenbuurt 40 te Leersum. Uit dit huwelijk zijn zeven kinderen geboren. De familie Ariesen is lid van de Oud Gereformeerde Gemeente te Leersum.
Hierna is ze naar de Huishoudschool gegaan en heeft ze de Inas-opleiding met goed gevolg gevolgd. Op 3 april 1971 is ze als leerling-verpleegkundige gaan werken in het ziekenhuis de Lichtenberg te Amersfoort. Na tientallen jaren als huisvrouw thuis geweest te zijn heeft ze een bijscholingscursus gevolgd en werkt nu weer als verpleegkundige in het Diaconessenhuis locatie Zeist. Op 29 november 1974 is Wilhelmina Ariesen gehuwd met Gijsbertus van de Geer, geboren op 21 november 1952 te Leersum, zoon van Jan van de Geer en Willemijntje Roelofje Dorrestijn. Het huwelijk is kerkelijk bevestigd door de Oud Gereformeerde predikant ds. M.A. Mieras.
Uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren. Het beroep van Gijsbertus van de Geer is assistent-accountant. Het echtpaar is gaan wonen op de Stationsweg 30 te Woudenberg en na tien jaar zijn ze verhuisd naar Rembrandtlaan 20 te Scherpenzeel. De familie Van de Geer is lid van de Oud Gereformeerde Gemeente te Woudenberg.
Op 11 april 1975 te ’s-Graveland huwde Jansje Gerritje Ariesen met Breunis Hardeman, geboren op 13 mei 1953 te Rhenen, zoon van Gerrit Hardeman en Cornelia van Appeldoorn. Het huwelijk is kerkelijk bevestigd te Hilversum door de Nederlandse Hervormde predikant ds. A.J. Wijnmaalen. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. De oudste zoon (Gerrit) van Jansje en Breunis is gehuwd met een kleindochter (Hestrina Brinkman) van Jansje Ariesen-Brinkman. Het beroep van Breunis Hardeman was boerenknecht maar hij is nu al een aantal jaren werkzaam in de bouw. De familie Hardeman is lid van de Hersteld Hervormde kerk.
Het huwelijk is kerkelijk bevestigd door de Nederlandse Hervormde predikant ds. H. Jongerden te Veenendaal.
Ze zijn gaan wonen op het Zuiderkruis 38 te Veenendaal en op 1 oktober 1981 zijn ze verhuisd naar Havikhorst 5 te Veenendaal. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren.
Gerdina Johanna Prins is na haar opleiding OVB, werkzaam geweest als hulp in de huishouding en als kinderverzorgende bij de familie Schoeman te Veenendaal. De familie W. Ariesen is lid van de Nederlandse Hervormde Kerk te Veenendaal.
Maria Geertruida Ariesen huwde op 11 december 1980 te ’s-Graveland met Huibertus van Soest, geboren op 28 september 1952 te Leersum, zoon van Gijsbertus van Soest en Jenneke van Zwetselaar. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren. Huibertus van Soest is slager van beroep. De familie Van Soest is lid van de Nederlandse Hervormde Kerk te De Heem.
10. Teunis Ariesen
Teunis Ariesen werd geboren op 14 augustus 1943 op de Franseweg 9 te (Elst) Rhenen. Zijn ouders Geurt en Maria Geertruida waren na hun huwelijk in gaan wonen bij opa Teunis Ariesen. Teunis was anderhalf jaar jonger als zijn ome Teunis. Om verwarring te voorkomen werden ze door de familie grote Teus en kleine Teus genoemd. Deze twee jongens zijn veel met elkaar opgetrokken. Ze zaten bij elkaar op de School met de Bijbel in ’s-Graveland en sliepen in hetzelfde bed. Als je foto’s ziet van kleine Teus op jonge leeftijd dan zie je vaak ook grote Teus op de foto staan. De foto van kleine Teus op ongeveer tienjarige leeftijd op het omslag, staat ook volledig in dit boek afgebeeld en daar staat grote Teus naast hem. Als je de foto goed bekijkt en op je in laat werken dan zie je dat kleine Teus er echt voor is gaan staan, terwijl grote Teus een beetje onzeker is en als het ware steun zoekt bij kleine Teus. Het lijkt wel of hij hem een hand wil geven. Zo hebben ze ook allebei verkering gehad met een meisje uit hetzelfde gezin. Grote Teus is ook met dat meisje gehuwd maar kleine Teus zag het toch niet zo zitten en maakte een einde aan deze verkering. Kleine Teus heeft zijn eigen weg gezocht. Op de lagere school heeft kleine Teus bij meester Haverkamp (wie niet van de familie Ariesen) in de klas gezeten. Deze meester heeft wel wat te stellen gehad met hem. Het was vroeger wel een vechtersbaasje. Het gebeurde regelmatig dat, als de klas rustig zat te werken, kleine Teus plotseling als een vuurpijl uit de bank schoot, om met zijn klasgenoot Jan Muis op de vuist te gaan. Het is ook een keer gebeurd bij het uitgaan van de school. Een oom van Teus (Dirk) zag het gebeuren en vond het wel leuk om te zien en moedigde kleine Teus vurig aan, maar dit liep natuurlijk verkeerd af. De moeder van Jan Muis maakte er politiewerk van. Dit is gelukkig met een sisser afgelopen. Na het doorlopen van de lagere school heeft Teus nog bijna twee jaar op de Landbouwschool gezeten in Abcoude maar door zijn vader werd hij van school gehaald om te gaan werken. Het gezin waarin Teus opgroeide breidde namelijk uit en er moest geld verdiend worden. In zijn vrije tijd heeft Teus nog wel op de boerderij gewerkt bij de familie Brouwer en de familie Pelsma. In zijn jeugdjaren speelde Teus ook graag buiten, maar zijn moeder riep hem regelmatig binnen omdat hij z’n broertje of zusje de fles moest geven. Dit tot ergernis van Teus: hij bleef veel liever voetballen. Maar Teus was niet voor één gat te vangen, hij dronk regelmatig zelf de fles leeg, zodat hij snel weer buiten kon gaan spelen. De kleine huilde natuurlijk alweer snel omdat het honger had. Tot moeder Maria Geertruida er achter kwam wat de oorzaak daarvan was. Ik hoef u niet te vertellen wat er daarna gebeurde. Dat Teus niet altijd deed wat hem opgedragen werd door zijn vader en moeder, blijkt wel uit de brief die hier bijgeplaatst is. Vader Geurt was thuisgebleven omdat hij zo’n last had van een maagzweer en op de uitslag zat te wachten van de specialist. Hij schreef op 7 april 1959 een brief aan zijn schoonouders en verontschuldigde zich omdat Teus met de Pasen niet langs geweest was bij opoe en opa Van Kuilenburg. Marie en de jongens waren naar de kerk, staat er te lezen en ook dat het goed gaat met de kleine meid, en daar zal Marian mee bedoeld worden. Teus ging na zijn schooltijd met zijn vader mee naar tapijtfabriek Keizer Bonaparte in Hilversum. Hier leerde Teus het beroep van tapijtwever. Na enkele jaren kreeg de familie Ariesen bericht dat Teus gekeurd moest worden voor de militaire dienstplicht. Waarschijnlijk tot opluchting van vader en moeder, omdat het geld niet gemist kon worden, werd Teus afgekeurd voor alle diensten. Afgekeurd om zijn platvoeten en hoge bloeddruk. Teus kreeg verkering met Jennie Tekkelenburg uit de grote stad Utrecht. De vader en moeder van Jennie hadden een kleine winkel in kruidenierswaren. Haar vader, Geert Tekkelenburg, verkocht warm water en ging hier ook mee langs de deur. Veel mensen in de oude buurten van de stad hadden zelf nog geen warm water uit de kraan en zeker op de maandagmorgen werd er veel warm water verkocht voor de was. Als Jennie het weekend in ’s-Graveland geweest was, dan werd ze op maandagmorgen door haar aanstaande schoonvader achterop de Monarch weer naar het station in Hilversum gebracht, daar vandaan vertrok ze met de trein naar Utrecht. Vader Geurt bracht Jennie naar het station omdat Teus in de ploegendiensten werkte, dat verdiende meer. Ook stonden de wevers van tapijtfabriek Keizer Bonaparte op tarief. Ze moesten een aantal meters vloerbedekking per dag maken om aan een behoorlijk salaris te komen. Als ze een paar weken achter elkaar meer meters gemaakt hadden, dan werd het aantal meters wat ze moesten maken, gewoon naar boven bijgesteld zodat er niet te veel geld bovenop het basissalaris betaald hoefde te worden! Ook broer Cornelis en zwager Anthonie Franken hebben later nog bij Keizer Bonaparte gewerkt.
Op 28 april 1965 zijn Teunis en Jennie te Utrecht getrouwd. Het echtpaar is gaan wonen op een bovenwoning in de M.P. Lindostraat 33bis te Utrecht. Het reizen naar Hilversum werd een probleem voor Teus en daarom besloot hij om van baan te veranderen. Hij is gaan werken op de breierij Cyane van de familie Kieviet in Utrecht. Als Teus of Jennie jarig was dan werd de verjaardag de eerstvolgende zaterdag gehouden. De hele familie Ariesen kwam dan op zaterdagmiddag met de trein uit Hilversum en bleef soep met brood eten. Maanden later was Jennie er nog ondersteboven van wat die gezonde jongens uit ’s-Graveland allemaal wel niet gegeten hadden. Na enige jaren kochten Teus en Jennie een huis aan het Schimmelplein te Utrecht. Dit huis werd in de loop van een aantal jaren aan alle kanten verbouwd. Dit gebeurde door Thijs van ’t Wout, die ook aan het Schimmelplein woonde. Thijs was makkelijk in de omgang en zat dus ook nergens mee. Tijdens de verbouwingen hebben ze heel wat te stellen gehad met Thijs, want soms was hij te rustig en ook had hij last van een chronische dorst. Regelmatig reed hij even langs het busje van de melkboer en als deze bij een klant binnen was, dan haalde Thijs twee kratjes bier uit de auto van de melkboer en zette deze rustig in zijn eigen auto en vertrok weer, net of er niks aan de hand was. Of deze ooit betaald zijn is niet bekend. Regelmatig hadden Teus en Jennie contact met Cornelis van Kuilenburg, die gehuwd was met Cornelia Vermeulen. Via deze neef kwam Teus in contact met Wim den Hertog en Jennie Schats, die op 24 mei 1967 gehuwd zijn. Ook Teus en Jennie waren ’s avonds aanwezig op de receptie van het kersverse echtpaar. Wim en Jennie den Hertog waren allebei werkzaam bij Uitgeverij en Boekhandel Den Hertog, gevestigd op de Lange Nieuwstraat 52a te Utrecht. In 1961 was Wim bij deze uitgeverij een eigen drukkerij gestart. Hij zat dringend verlegen om personeel. De offsetdrukker die er werkte was Marinus Vonk uit Groenekan. Deze man was na een hersenbloeding op 24 december 1968 te Utrecht overleden. Teus sprak een keer met Wim en vroeg of er voor hem bij Den Hertog een mogelijkheid was om er te werken als offsetdrukker. Wim voelde daar wel wat voor en zo is Teus op 7 februari 1969 bij Den Hertog te Utrecht begonnen als offsetdrukker. Ook aan het wonen van het gezin Ariesen op het Schimmelplein kwam een einde en ze verhuisden naar Houten. Eerst hebben ze in een huurhuis gewoond omdat het koophuis aan de Snijdersgilde 6 nog niet klaar was. Uit het huwelijk van Teunis Ariesen en Jennie Tekkelenburg werden vier kinderen geboren:
Achterste rij: v.l.n.r. Geralda Ariesen en Wim Slingerland. Voorste rij: v.l.n.r. Jennie, Daniëlle, Eline en Teunise Maria Geertruida.
Heeft u nog een aanvulling of een wijziging? Stuur een mail!
|